www.boswachtersblog.nl/ Oostvaardersplassen

21 juli 2017 Hans-Erik Kuypers in Oostvaardersplassen
Foto: Wim Schipper

Foto: Wim Schipper

Elk jaar worden de broedvogels in het moeras van de Oostvaardersplassen geteld, minder algemene soorten integraal, algemene soorten alleen in transecten. Ecoloog Nico Beemster van ecologisch adviesbureau Altenburg & Wymenga voert sinds jaar en dag de tellingen uit. Het moeras ligt tussen de Oostvaardersdijk en het grazige deel van het natuurgebied, bekend om zijn enorme kuddes grote grazers. Het moeras is een eindeloos gebied van zo’n 3600 ha, bestaande uit een afwisseling van rietmoeras, wilgenbos en ondiepe plassen. Dit deel van de Oostvaardersplassen ligt nu hoger door het inklinken van het aangrenzende drogere deel.

De natuurlijke waterpeildynamiek in de moeraszone van de Oostvaardersplassen is de belangrijkste sturende factor in het moeras, met zowel effecten op de vegetatie als op broedvogels. Waterpeil en daarmee waterdiepte in het moeras zijn voor moerasbroedvogels cruciaal: zangvogels en wadende vogels houden van een klein beetje water in de moerasvegetatie, zwemmende soorten juist van veel water. Vogels van droogvallende slibvelden houden van erg laag water. Het waterpeil wordt bepaald door neerslag en verdamping, en volgt de natuurlijke schommelingen van droge en natte jaren.

Droge periode

Het broedseizoen van 2017 werd voorafgegaan door een droge periode die begon aan het eind van de voorgaande zomer. Het waterpeil in het moeras was daardoor aan het begin van het broedseizoen al iets lager dan normaal. Omdat ook het voorjaar tot nu toe warm en droog was, zakte het waterpeil in het moeras tot een iets lager niveau dat gebruikelijk is voor deze tijd van het jaar.
Het lage waterpeil had voorspelbare effecten op broedvogels: ”natte” soorten waren in het nadeel, ”droge” soorten juist in het voordeel. Zo was het aantal vastgestelde territoria van het Porseleinhoen in het moeras (7) aanzienlijk lager dan in het relatief natte jaar 2016 (26). Voor de Roerdomp werd vastgesteld dat het aantal territoria min of meer gelijk was aan vorig jaar, maar dat voedselvluchten zo goed als uitbleven. Het broedsucces was daarom waarschijnlijk laag.

Door het lage waterpeil in het moeras waren grote delen van de rietvegetatie ongeschikt voor ruiende Grauwe ganzen om rietblad te eten. De ganzen eten alleen rietblad van riet dat in het water staat. Hierdoor bleef het door ruiende Grauwe ganzen begraasde rietareaal achter bij dat in voorgaande jaren. Omdat in grote delen van het moeras de infectie van rietstengels door de Rietstengelboorder (de larve van een kleine nachtvlinder) dit jaar zeer hoog is (bijna 100%), hadden de ruiende ganzen het dit jaar extra moeilijk in het moeras. Meer dan in andere jaren probeerden zij aan de rand van het moeras op gras te foerageren, waar het risico op predatie door Vossen hoger is.

Warm voorjaar

Mede door het warme voorjaar deden zuidelijke soorten het dit jaar erg goed. Op de uitgestrekte slibvelden in het westelijk moerasdeel werd een kolonie van acht paren van de Steltkluut vastgesteld. Langs de Knardijk en Oostvaardersdijk kwamen naar schatting tegen de vijftien paren Cetti’s zanger tot broeden. Nadat in 2015 het eerste broedpaar werd vastgesteld, is deze klimaatprofiteur snel in aantal toegenomen.

Het uitgesproken warme voorjaar leidde voor een aantal soorten vogels tot een zeer vroeg broedseizoen. Al op 20 april werden de eerste uitgevlogen jonge Baardmannen gezien. Sinds de inventarisaties van het moeras in 1987 begonnen was dat nog nooit zo vroeg in het seizoen het geval. Jonge Tafeleenden waren ook uitermate vroeg aanwezig. Op 21 mei werden de eerste jongen waargenomen.

Veldmuis

Uit onderzoek dat in samenwerking met vrijwilliger Wim Schipper wordt uitgevoerd, blijkt dat de Veldmuis een uitermate belangrijke prooi is voor de in het moeras broedende Bruine kiekendieven. Het lijkt er op dat 2017, in ieder geval in de omgeving van de Oostvaardersplassen, niet het muizenpiekjaar wordt, dat werd verwacht. Waarschijnlijk komt dat pas in 2018 (muizenpiekjaren komen elke 3-4 jaar voor, het vorige piekjaar was 2014). Als gevolg van het lage aanbod van Veldmuizen buiten de Oostvaardersplassen in 2017 jagen de Bruine kiekendieven dit jaar vooral in de Oostvaardersplassen en weinig daarbuiten. De weinige mannetjes die buiten de OVP jagen, doen dat in de speciale foerageergebieden van Staatsbosbeheer, de gemeente Lelystad en het Flevolandschap. Graanvelden zijn, in tegenstelling tot in de meeste andere jaren, weinig in trek om te jagen. Student Albert Allema gaat het muizenaanbod in de speciale foerageergebieden voor kiekendieven en in graanvelden vanaf 7 juli bemonsteren. In de afgelopen jaren is gebleken dat het broedsucces van de kiekendieven in jaren dat zij met veel succes buiten de Oostvaardersplassen op muizen kunnen jagen, hoger is dan in jaren dat zij noodgedwongen vooral in de Oostvaardersplassen op vogels jagen. De vogelrijkdom van de Oostvaardersplassen wordt dus mede gedragen wordt door de omgeving. Voor 2017 wordt een relatief laag broedsucces voor de kiekendieven verwacht.

Bruine kiekendief

In het westelijk deel van het moeras is een ”broedpaar” van de Bruine kiekendief aanwezig dat niet uit een mannetje en een vrouwtje bestaat, maar uit twee vrouwtjes. Beide vrouwtjes vervullen een vaste rol: het eerste vrouwtje gedraagt zich zoals vrouwtjes Bruine kiekendieven zich doorgaans gedragen: zij blijft in de omgeving van het nest en voert de jongen. Dit vrouwtje lijkt daarom de biologische moeder van de jongen te zijn. Het tweede vrouwtje gedraagt zich zoals mannetjes zich doorgaans gedragen en neemt de prooiaanvoer voor haar rekening. Het is onduidelijk hoe deze taakverdeling tot stand is gekomen. Overduidelijk is er eerder in het broedseizoen wel een mannetje bij betrokken geweest, al is deze vogel nooit waargenomen. Mogelijk was het een polygaam mannetje, een normaal verschijnsel bij kiekendieven. Onder voedselarme omstandigheden kunnen polygame mannetjes hun tweede of zelfs derde vrouwtje in de steek laten. Het blijft een raadsel waarom het tweede vrouwtje de prooiaanvoer voor haar rekening is gaan nemen.

reageren

geef een reactie

  • J.L.A.Keijzer
    2 augustus 2017

    Het onnatuurlijk grote aantal vossen zal zeker met dit lage water invloed gehad hebben op de resultaten van de riet broeders.b.v. roerdompen e.d.In sauwerland hebben ze linxen.Die kunnen zowel het teveel aan runderen als vossen reduceren.Is wat voor de O.V.Plassen.
    J.KEY

  • Martijn de Jonge
    31 juli 2017

    In dit summiere verhaaltje ontbreken de populatiecijfers/broedresultaten van een aantal belangrijke broedvogels. Hoe zit het dit jaar bijvoorbeeld met de aantallen paren en broedsucces van:

    -aalscholver
    -grote zilverreiger
    -kleine zilverreiger
    -lepelaar
    -blauwe kiekendief

    Daarbij is het interessant te horen hoe het met de introductieplannen van de Noordse Woelmuis staat, de inrichting van konijnenhopen en hoeveel herten er al door het Oostvaarderspoortje onder het spoor zijn gegaan op weg naar het Hollandse Hout.
    Daarbij kijken we uit naar het broedvogelrapport uit 2016 over het begraasde deel van de Oostvaardersplassen. Dit alles zal ongetwijfeld bij SBB bekend zijn maar blijft voor de buitenwereld niet of nauwelijks traceerbare informatie en dat is wel jammer.

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog