www.boswachtersblog.nl/ Oostvaardersplassen

Mee op vogelonderzoek door het moeras

26 mei 2022 ropdenkelder in Oostvaardersplassen

De zon komt op achter het moeras

Het is 5:25. Ik rij over de kade richting een schim die opdoemt uit de mist. Het is Nico, hij is al begonnen met het eerste transect. ‘’Je hebt de mooiste ochtend uitgekozen!’’, roept hij uit terwijl achter hem de lucht rood kleurt van de opkomende zon. Het is windstil, de bladeren staan vol dauw en met de frisheid van de vroege ochtend beginnen we onze ontdekkingstocht door het moeras. Ik loop een stukje met hem mee over de kade om het eerste transect af te maken en hij vertelt mij hoe dat in zijn werk gaat, zo’n broedvogelkartering.

Want dat is waarom ik vandaag met hem mee mag. Nico Beemster voert al 35 jaar onze broedvogelkartering uit in het moerasgedeelte van de Oostvaardersplassen. “Het meeste inventariseerwerk doe ik niet zelf, maar dit is zo’n bijzonder gebied, dat doe ik nog altijd heel graag zelf.”  Als we de kade afgelopen zijn rijden we een stukje door naar de Willemsvaart, deze vaart verbindt de grote plas met de kadesloot. Hier ligt al een kano op ons te wachten. We hoeven er enkel mee naar de overkant, waar we tussen de vaart en de rietruigte richting de Oostvaardersdijk lopen, dwars door het moeras. We lopen over een ingedroogde kleibodem. Het lijkt net of het losliggende stenen zijn, kleine gespleten stukken compacte klei. “Zo, het is flink gegroeid hier sinds 2 weken terug!” Je ziet inderdaad door de groeiende rietstengels, lisdodde en andere pioniers haast de grond niet meer. We treden voorzichtig verder langs het riet en houden onze oren gespitst.

Het is een windstille, mistige ochtend, met de beste omstandigheden voor broedvogelonderzoek. 

We horen de eerste rietzanger zingen. Nico legt mij uit hoe hij dat inventariseert. Met een app kan hij op zijn tablet de waarnemingen invoeren, zo brengt hij de territoria van de broedende vogels in kaart. “Elke vogel heeft zijn eigen inventarisatieafstand”, die van de koekoek is 800 meter en die van de kleine karekiet zo’n 50 meter. Nico heeft wel een verrekijker omhangen, maar hij doet alles op geluid. De bewoners van het rietmoeras laten zich dan ook vaak minder goed zien dan horen, en dat is in deze rietruigte in combinatie met hun schutkleur überhaupt een uitdaging.  ‘’Daarom zijn we ook zo vroeg, net na zonsopgang zingen de vogels het beste.’’

Hier en daar zien we sporen van herten, waar ze vannacht nog hebben gelegen ruiken we ze. Aan de overkant van de vaart zie ik er 5 in de mist langslopen. “Neem je die eigenlijk ook mee in je inventarisatie?” “Ja, als ik herten tegenkom neem ik die ook mee. Er zijn een paar groepen die echt in het moeras wonen, in de rietruigte zie je hun paden en ligplekken. Deze paden zijn overigens gunstig voor een aantal soorten moerasvogels, omdat daarmee het foerageren makkelijker wordt. Op zijn beurt zorgt dat er weer voor dat kiekendieven meer prooien hebben, zij hebben naast muizen ook jonge vogels op het menu. Zij komen hier dan ook graag jagen. En voor ons zijn die voorgelopen paden ook handig, want ze hebben de grond voor ons vlak gelopen en de vegetatie plat getrapt. Kijk, hier kunnen we hun pad volgen!” Voor ons landt als een parachuutje een vogel op een rietstengel. “Dat is de blauwborst, net als de rietzanger maakt hij op die manier een landing.” Even later vliegt er een kiekendief over ons hoofd. “Ah, daar zal je er één hebben. Een mannetje bruine kiekendief!”

Het moeras vanuit het perspectief van een roerdomp, met watermunt, grote waterweegbree en jonge rietscheuten

Het derde transect loopt van de kade tot in de Grote plas. “Dit stuk kon ik twee jaar terug nog kanoën.” Nu lopen we door het drooggevallen moeras, met dicht bij de kade nog een laagje water. Bij elke stap komt de geur van watermunt ons tegemoet. Ik ga even door mijn knieën om deze moeraswildernis te zien vanuit het perspectief van een roerdomp. Boven het laagje water steken grote waterweegbree, wolfspoot en watermunt de kop op en net boven mijn hoofd jonge rietscheuten en grote lisdodde. Als we verder lopen zie ik in de verte een eilandje opdoemen. Naarmate we dichterbij komen verandert het landschap om ons heen in een piepjong wilgenbos, de eerste boomsoort die zich ontwikkelt waar moeras droog komt te liggen. Op het eilandje zelf groeien al wat oudere wilgen. “We volgen het pad van de edelherten, zij weten de kortste weg”, zegt Nico, terwijl hij gekromd door het lage wilgenbos loopt. ‘Het kortste pad waarheen?’, vraag ik mijzelf af. Maar een paar bochten later zie ik wat hij bedoelt. We komen uit op een begraasd veldje waar het wilgenbos als een halve maan omheen ligt, en daarachter, geelbloeiende moerasandijvie zo ver als het oog rijkt. Ik ga midden op het veld staan, waar de pluizenbolletjes van wilgenzaden om mij heen dwarrelen als sneeuw. Het lijkt wel een sprookje. Dit is het domein van de edelherten. Hier komt normaal geen mens. En ik voel me ontzettend vereerd dat ik hier wel mag staan vandaag.

Een eiland midden in het moeras, het domein van de edelherten

Vanaf het eilandje lopen we door jonge stroken riet en grote lisdodde om uit te komen aan de rand van de grote plas, die inmiddels gekoloniseerd is door moerasandijvie. Deze zeldzame plant is de eerste pionier die zich hier op de drooggevallen plas vestigt. Nico kijkt in de verte. “Ik zoek een paal waarmee ik mijn pad heb gemarkeerd, sommige zijn afgebroken dus ik denk dat we mijn voetstappen van de vorige keer moeten volgen.” Op de eerste paal in de verte zien we een gele kwikstaart zitten, perfect passend in deze zee van gele bloemen. “Dat was de vorige keer de enige vogel die ik hier ben tegen gekomen.” Om ons heen zoemt het van de hommels en bijen die afkomen op de nectar van de bloemen die inmiddels al op het eind van hun bloeitijd zijn.

Moerasandijvie koloniseert als pionier de drooggevallen bodem van de Grote plas 

Waar het als plantage ogende veld van moerasandijvie ophoudt besef ik mij ineens dat we op de bodem van de voormalige Zuiderzee lopen. Op het met schelpen bezaaide, donkergrijze landschap waar we nu lopen komen we relicten uit andere tijden tegen. Scherven van aardewerk, verroeste onderdelen van schepen, maar geen vogel te bekennen. Die zitten een stuk verderop, aan de rand van waar het water als kwel nog onder de Oostvaardersdijk door komt en waar nog voedsel te vinden is. “Kijk, een zeearend!”, roept Nico. In de schaduw van deze enorme roofvogel slaat de groep vogels in de verte op de vlucht. Met deze klap op de vuurpijl sluiten we deze magische ochtend af. Ik bedank Nico hartelijk dat ik met hem mee mocht. Een klein stukje van het moeras is nu geen mysterie meer voor mij.

De drooggevallen Grote plas is bezaaid met schelpen en relicten uit andere tijden

 

 

 

reageren

geef een reactie

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog