www.boswachtersblog.nl/ Texel

Witte duinen, grijze duinen

9 oktober 2017 Boswachter Dick Schermer in Texel

Al wandelend over het strand kun je de dynamiek van duinen goed zien. Het heeft alles te maken met stuivend zand. De buitenste duinenrij rijst meestal steil omhoog met veel helmgras. Daar zijn ook veel plekken met open zand die witte duinen worden genoemd. Daarachter wordt de begroeiing gevarieerder: struikgewas, grassige hellingen, vochtige valleien en uiteindelijk op sommige stukken heide. Dit zijn de grijze duinen omdat er een humuslaag in de bodem ontstaan is.

Babyduinen

De aanvoer van zand tijdens westelijke winden is goed te ervaren als een harde wind het zand tegen je benen blaast. Bij een lage snelheid ontstaan er alleen maar ribbels op het strand. Het grappige van deze ribbels is dat ze gelijkmatig zijn maar veranderen met de windsnelheid. De afstand tussen de ribbels wordt dan groter maar het patroon blijft.

In het vloedmerk hoog op het strand hoopt het zand zich meestal op. Daar zijn wortelstokken van een sterke grassoort te vinden: het biestarwegras. Deze kunnen daar uitgroeien in een periode met weinig wind tot een forse pol en die kan dan nog meer zand vangen. Op het moment dat er een pol helmgras kan groeien is een embryonaal duin ontstaan; een babyduintje is geboren. Deze duintjes kunnen verder uitgroeien of na een storm met wortelstokken en al weer in zee verdwijnen om ergens anders weer uit te lopen. Heel mooi zijn de embryonale duinen te zien op de Hors en ten zuiden van de dam bij de vuurtoren. Ook op sommige stukken strand zijn deze lage duintjes te zien zoals tussen Westerslag en Jan Ayeslag.

Over de top

De embryonale duintjes beschermen en voeden de buitenste duinenrij die vaak heel hoog is en geheel begroeid met helmgras. Dit gras groeit door het hele duin en maakt diepe, meterslange wortelstokken. Deze gedijen goed in snel veranderende zandmassa’s en het helm vangt zo veel zand op. Voedingsstoffen zoals stikstof uit aanspoelsels en de atmosfeer waaien over de top en vormen in de luwte van de duinen een voedingsbodem. Achter die buitenste duinen, aan de oostkant dus, vormt zich vaak een hoge vegetatie van bramen, vlierstruiken en rozen. Heel goed is dat te zien langs het wandelpad van de Buiten-Muy; deze voert langs metershoge ruigte terwijl het boven op het duin open is.

Soms is die overgang niet zo duidelijk en zijn de buitenduinen breder, waardoor het proces wat geleidelijker verloopt. In de open zandige plekken achter de helmgraszone worden de zandkorreltjes in een rustige periode vastgeplakt door algen. Als de korreltjes eenmaal vastliggen kunnen er mossen en grassen groeien. Heel belangrijk voor het vastleggen van open duin is de zandzegge. Dit plantje verspreidt zich om open stukken snel te bedekken. Zandzegge is de ritssluiting van de begroeiing. Deze vangt voedingsstoffen op en zo kunnen weer andere soorten gaan groeien.

Wie goed kijkt ziet dat veel vrijstaande duinen als kompas kunnen functioneren. De westkant is schraal met weinig mineralen waardoor een bescheiden begroeiing van mosjes, korstmossen, lage grassen en plantjes is ontstaan, terwijl op de luwe oostkant hoge vegetaties zijn. Dit is vooral in de Bleekersvallei goed te zien.

reageren

geef een reactie

  • J.P. F=Gehem
    10 oktober 2017 om 10:47

    Een informatief stuk, vlot geschreven en voor mij; weer heel wat bij geleerd over duinen

  • vjtm reijs
    9 oktober 2017 om 22:27

    weer het nodige geleerd
    bedankt

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog