www.boswachtersblog.nl/ Veluwe

Adders op het Kootwijkerveld

4 mei 2012 in Veluwe

Op de Veluwe vind je bij Staatsbosbeheer veel bos, maar wij beheren ook zandverstuivingen en heide. In het gebied Kootwijkerveld tussen Stroe en Kootwijk is vijf jaar geleden een bosperceel gekapt om daar heide te ontwikkelen. Als je bomen kapt, blijven er takken en stobben achter. In het begin lijkt het rommelig maar al snel verrot het hout en gaat er gras groeien. Nu groeit de heide het best op humusarme grond, dus schrale grond, arm aan meststoffen. Staatsbosbeheer besloot in 2011 het Kootwijkerveld te plaggen. Met een atlaskraan werd de humuslaag gedeeltelijk verwijdert. Het werd grillig uitgevoerd en het doel was om veel randen te krijgen met verschillende schaduw en zonnige randen.

Stobben en takken bleven zoveel mogelijk liggen om beschutting te geven aan de verschillende reptielen die in het gebied leven. Reptielen moeten altijd alert zijn op predatoren die hen een lekker hapje vinden. De buizerd, vos of boommarter komen hier ook voor en zij eten wel eens een slangetje of hagedisje. Dat is natuur en natuurlijk. Onder takken en in verrotte stobben is het vochtig en dat vinden de reptielen fijn. Kevers leggen hun eitjes in het dode hout, dat worden larven en daarna weer kevers. Deze dienen als voedsel voor reptielen, vogels en dieren. Doordat er slechts kleinschalig, smal en grillig geplagd is zijn er goede plekken waar reptielen kunnen leven en vogels kunnen broeden. Vogels als veldleeuwerik, roodborsttapuit, geelgors en boompieper leven ook graag in dit heidelandschap. De komende jaren zal zich op de plagplaatsen vooral struikhei gaan ontwikkelen.

Vrijwilligers van Staatsbosbeheer helpen bij het inventariseren van planten, reptielen, dagvlinders en vogels. De plantenwerkgroep van het IVN Barneveld ziet de verscheidenheid aan plantjes op het Kootwijkerveld. Barnevelder Paul Derksen heeft de laatste jaren de vogelstand en de vogelsoorten bijgehouden volgens de BMP Sovon methode. Voor dag en dauw zijn Anko, Gerrit en Rene de Graaff in het veld en kijken regelmatig naar de dagvlinders en houden dat in hun dagboek goed bij. Harm Hofman (SBB) en Wim de Wild tellen alle reptielen per meetroute, doen dat jaarlijks, en ontdekken snel de mooiste veranderingen in het ontwikkelende heideveld. Al deze gegevens worden verzameld door de boswachter. De gegevens staan natuurlijk ook ter beschikking aan organisaties als RAVON (reptielen en amfibieën), SOVON (vogels), FLORON (planten) en Vlinderstichting. Om al dit leven in stand te houden en verder te ontwikkelen is de natuurwerkgroep onder leiding van Aart Buurma en Hans Boland onmisbaar. Zij zorgen ervoor dat heide ook heide blijft en niet verandert in een grove dennenbos.

Een schaapskudde is nog niet aanwezig. Wel zie je dat edelherten veelvuldig aan jonge boompjes vreten en daarmee de openheid in het heideterrein helpen in stand te houden. Wilde zwijnen maken op drassige plekjes weer de grond open en zorgen daardoor voor kiembedjes voor planten als zonnedauw, klokjesgentiaan en moeraswolfsklauw. Ook de konijnen helpen mee om heide in stand te houden en grazen het gras tussen de heideplanten weg, daarnaast graven ze holen en het zand is weer een mooie plek voor de zandhagedis om zich voort te planten. De holen dienen weer als overwinterplaats voor de vele slangen en hagedissen. Lekker veilig tegen de strenge wintervorstperiode slapen ze met elkaar in een konijnenhol. In de zomer broed de tapuit graag in zo’n konijnenhol. De jonge konijntje worden nogal eens gegeten door de Buizerd. De vos eet liever mollen, muizen en mestkevers en is de hele dag op pad om muizen te vangen. in het najaar eet de vos ook veel bessen en bramen. Een heidebiotoop herbergt een verscheidenheid van levensvormen. Kom gerust eens kijken hoe mooi het Kootwijkerveld bij Stroe is geworden.

 Boswachter Harry Hees

reageren

geef een reactie

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog