www.boswachtersblog.nl/ Veluwe

Gekrioel in de paddenpoel

19 april 2013 in Veluwe

ML_2007-03-11_0524De tijd van de paddentrek is weer begonnen. De padden verruilen hun winterslaapplaatsen voor de voortplantingsplaatsen. Bijna altijd is dat het water waarin ze zelf geboren zijn. Het lijkt wel of ze dat moeiteloos kunnen terugvinden. In meren, poelen, vennen, vijvers en sloten staat het dan weer te gebeuren; de paddenpaartijd. Het wordt weer een druk gekrioel in de paddenpoel!

De paarvorming gebeurt vaak al onderweg naar het water. Het mannetje klimt op de rug van het vrouwtje en laat haar niet meer los. In het water zijn de vrouwtjes in de minderheid. Het valt niet mee voor de mannetjes om een wijfje te vinden dat verkering met hem wil. De concurrentie is groot. Een alleenstaand mannetje moet dus maar hopen dat er een wijfje het water in komt dat haar partner onderweg nog niet heeft ontmoet.

Voorzichtig waad ik met de onderwatercamera door het heldere water, er goed op lettend waar ik mijn voeten neer zet. Overal zie ik paartjes padden, hangend aan de waterplanten. Sommigen zijn op dat moment bezig de eieren te leggen; twee snoeren met eieren die aan de waterplanten worden opgehangen. Deze waterplanten hebben ze niet alleen nodig voor het afzetten van de eieren, ze vormen straks ook een goede schuilplaats voor de dikkopjes (larven).

padWanhopig vrijgezelle mannetjes
De vrijgezelle mannetjes die naarstig op zoek zijn naar een wijfje, vergissen zich weleens en klemmen zich dan vast aan een ander mannetje die dat niet zo weet te waarderen. Dan klinkt een verontwaardigde afkeerroep! Andere mannetjes zwemmen nieuwsgierig op de camera af en klemmen zich vervolgens stevig vast aan mijn vingers. De voorpoten van de pad zijn sterk ontwikkeld. Van het mannetje zijn ze ook wat dikker dan van het vrouwtje, zodat hij haar in de paartijd goed kan vasthouden. Dat kan hij inderdaad erg goed merk ik, de padden die zich aan mijn vingers vastklemmen moet ik echt met klem verzoeken me weer los te laten… sorry jongen, ik ben geen vrouwtjespad.

Het ven ziet zwart van de eiersnoeren. Ze zijn soms 3 tot 4 meter lang en kunnen tussen 2000 tot 8000 eitjes bevatten. Straks in mei zien we weer zwermen dikkopjes in het ondiepe water. Als hun voorpootjes ontwikkeld zijn en de staart verdwenen is, verlaten ze het water. Dat zal zo’n beetje in juli zijn, dan trekken de kleine padjes de wijde wereld in, om doorgaans pas weer naar het geboortewater terug te keren als ze zelf geslachtsrijp zijn.

GeMi Tekst & Beeld
Mirjam Langelaar

reageren

geef een reactie

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog