www.boswachtersblog.nl/ Veluwe

Beschuit met (echte) muisjes….

17 mei 2013 in Veluwe

Big drinkt bij moederzwijnHet is weer biggentijd! Maar liefst tien gezonde biggen heeft het moederzwijn dit jaar geworpen. Tien druktemakers die om het hardst gillen om een van haar tien tepels te bemachtigen. De voorste twee tepels geven niet veel melk, dus wie het eerst komt … Moeder heeft even geen zin in jengelende kinderen die zelfs aan haar tepels blijven hangen als ze wegloopt. Uiteindelijk geven ook de volhouders zich gewonnen en zoeken hun broertjes en zusjes op. Die hebben als ware acrobaten een mooi stapeltje gevormd, ze kruipen om warm te blijven graag tegen (en op) elkaar. Af en toe zakt het stapeltje in elkaar als een van de onderste biggetjes het wat hoger op wil zoeken. De dreumes klimt bovenop de anderen, maar kan zijn evenwicht niet vinden. Aan de andere kant glijdt hij er net zo hard weer vanaf. Af en aan klimmen en glijden biggetjes op en van elkaar. Soms verontwaardigd gillend als broer of zus bovenop hun kop belandt.

Ondertussen heeft de zeug, normaal gesproken een zeer zorgzame moeder, geen zin in babysitten. Ze wroet in de aarde, waarbij haar neus heel wat zand verplaatst. Met scheppen tegelijk zwiept ze de aarde de lucht in, op zoek naar wat lekkers.

Ieder voorjaar is het weer genieten van dat kleine spul dat achter hun moeder aan het bos door dendert. Soms moeten ze over een boomstammetje klimmen dat best hoog is als je nog maar twee weken oud bent. Met hun buikje schurend over de stam komen ze uiteindelijk met een plof aan de andere kant waarna ze snel weer achter de familie aan spurten.

Echte bosdieren
Op de Veluwe komen zwijnen in bijna alle bossen voor. Vooral oude loofbossen zijn in trek, want die zorgen voor voldoende voedsel: eikels, beukennootjes, kastanjes, wormen, larven, insecten, paddestoelen en bosvruchten. Ook een jonge muis of een hapje van een kadaver lusten ze graag. Af en toe nemen ze een modderbad tegen het ongedierte. Ze rollen in een natte leemkuil waarna de modder op hun vacht opdroogt. Luizen, teken en vlooien worden gevangen in de modderkoek die ze aan een boom afschuren.

Het wild zwijn is in zijn element in het bos, en andersom geldt dat net zo hard: ook het bos profiteert van de aanwezigheid van het wild zwijn. Bij een boswandeling kun je direct zien waar de dieren ’s nachts hun naam eer aan hebben gedaan. Met de stevige wroetschijf op hun neus woelen ze bij het voedsel zoeken de grond om tot het een ware zwijnenstal is. Nieuwe zaden profiteren hiervan, door het omwoelen komt er namelijk een verse, losse laag aarde vrij waarin ze goed kunnen ontkiemen.

Slapen doen de dieren bij voorZwijnenbiggenkeur overdag in een kuil, de zogenaamde ‘ketel’, die ze soms met zachte delen van planten bekleden en in de kraamtijd afdekken met takken. Meestal maken ze die in dichte sparrenvakken of onder een vliegden. Waarschijnlijk zijn ook deze tien nieuwe bosbewoners onlangs in zo’n ketel geboren. Met hun gestreepte camouflage jasjes vallen ze niet zo op tussen de begroeiing. Jammer dat die leuke streepjes na verloop van tijd verdwijnen, maar gelukkig kunnen we er voorlopig van genieten!

Tekst: Mirjam Langelaar
Foto´s: Geurt Besselink
www.gemi.nu

reageren

geef een reactie

  • kunstrijk
    17 mei 2013 om 17:37
    • heremiet83heremiet83
      23 mei 2013 om 11:09

      Wat een grappig gezicht. Lijkt me voor de biggen wel aan de koude kant

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog