www.boswachtersblog.nl/ Veluwe

De woeligste van de Grote Vijf; het wild zwijn

22 juli 2016 Boswachter Laurens Jansen in Veluwe

Naast de bekende ‘Big Five’ in Afrika, kennen we ook de ‘Grote Vijf’ op de Veluwe. De meest indrukwekkende grote bewoners van de Veluwe. In een vijftal blogs zetten we het edelhert, damhert, ree, wild zwijn en de moeflon in het zonnetje. Misschien verlaten ze vandaag wel even hun schuilplaats, maken ze hun kenmerkende geluid of lopen ze voor je langs…. Na het lezen van deze blogs herken je ze meteen. Vandaag aandacht voor de woeligste van de Grote Vijf; het wild zwijn.

Een volwassen mannelijk wild zwijn is een indrukwekkende verschijning, met zijn donkere borstelige vacht, lange snuit, en uitstekende slagtanden. Mannetjes (keilers) kunnen tot 135 kilogram wegen. Volwassen zwijnen hebben een pluim aan hun rechte lange staart.

Zoelen en woelen
Ter verzorging van hun huid en borstelige vacht, nemen wilde zwijnen modderbaden, ook wel zoelen genoemd. Na dit bad blijft een laagje modder op hun huid zitten. Door het schuren langs bomen verwijderen ze tezamen met dit ingedroogde laagje ook huidparasieten als teken en vlooien. De schuurbomen kun je zelf ook makkelijk herkennen in het bos. Ze staan vlakbij het modderbad, zijn 50-60 cm boven de grond afgeschuurd en door het veelvuldig gebruik vaak verkleurd en gepolijst.

Alleseter
Een wild zwijn is een alleseter. Hij eet voornamelijk plantaardig voedsel zoals eikels, gras, wortels, truffels, plantendelen en bessen. Maar hij eet dus ook dierlijk voedsel zoals regenwormen, amfibieën, vogels en zelfs kleine knaagdieren. Meestal wroeten ze met hun snuit in de bosbodem om naar voedsel te zoeken. Hun reukvermogen is zeer scherp, en voedsel onder de grond kunnen ze op geur vinden. Een wild zwijn worden door boswachters ook wel ‘de tuinman van het bos’ genoemd. Doordat hij met zijn gewroet de kale bodem omwoelt, kunnen zaden hier tot kieming komen.

Big drinkt bij moederzwijnVoortplanting
De voortplantingsperiode van wilde zwijnen valt in november-januari. Onder de mannetjes ontstaan verwoede gevechten, waarbij vaak doden vallen. De keilers proberen met de hoektanden elkaars flanken open te rijten. In het vroege voorjaar maakt de zeug daarna een kraamkamer. Dit is een kuil van een paar decimeter diep waar ze plantenmateriaal zoals gras en mos in sleept. Deze dekt ze af met twijgen van dennen of sparren, aan elkaar gesmeerd met modder en speeksel. Een zeug krijgt drie tot twaalf kale biggen. Pas na een week krijgen ze een zwartbruin-goudgeel gestreepte vacht. Je begrijpt vast waarom ze vaak pyjama’s genoemd worden? Een zeug is erg beschermend. Keilers en vijanden, ook mensen, die in de buurt van haar kroost komt, lopen de kans aangevallen te worden.

Wilde zwijnen zien
Doordat het gezichtsvermogen van wilde zwijnen matig is, kan je door met goede wind doodstil te zitten, wilde zwijnen van dichtbij te zien krijgen. De grootste kans ligt in de zomermaanden, wanneer de biggen en zeugen veel op stap zijn om voedsel te zoeken. Tegen de schemer zijn ze ook vaak op wildobservatieplaatsen  te zien. Verder zijn de modderbaden, schuurbomen, wroetsporen en loopsporen meestal makkelijk te vinden.

In een volgende blog zullen we het schaapachtigste dier van de Grote Vijf van de Veluwe uitlichten; de moeflon.

P.s. Wil je eens met een boswachter mee op safari, op zoek naar wilde zwijnen? We organiseren Grote Vijf safari’s die in het teken staan van het wild zwijn.

Boswachter Laurens Jansen en Kirsten van Gortel-Roest

 

reageren

geef een reactie

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog