www.boswachtersblog.nl/ Veluwe

Het Vierhouterbos, een geschiedenis van maalmannen, eekschillers en boeren

1 september 2017 Boswachter Lennard Jasper in Veluwe

Edelhert in het Vierhouterbos. Foto: Jaap Rouwenhorst

Wie wel eens het Vierhouterbos heeft bezocht, zal de variatie van het bos het niet ontgaan zijn. Van majestueuze beuken tot grillig gevormde groepjes eikenbomen. Het is een gebied waar de mens van oudsher zijn stempel op heeft gedrukt en waar je, tussen de bomen door, de geschiedenis kun terugzien.

We gaan terug naar de tijd van maalmannen en eekschillers, een stukje Veluwse cultuurhistorie.

Over maalschappen en maalmannen

Het Vierhouterbos, vlakbij het dorp Vierhouten, is een zogenaamd ‘malebos’. Deze naam is afkomstig van de maalmannen. Vroeger werden gronden (dus ook bossen) gemeenschappelijk gebruikt en waren geen particulier eigendom. Men had ‘aandelen’ in een stuk bos. Deze ‘aandeelhouders’ ofwel gezamenlijke eigenaren werden maalmannen genoemd. Zij waren ‘verenigd in het maalschap‘ en hadden medezeggenschap. Een maalman had het recht om een bepaald stuk grond te gebruiken.

Het Vierhouterbos maakte ook deel uit van een maalschap. De maalmannen mochten hout oogsten uit het bos. Daarbij werden de beste stammen geselecteerd en uit het bos gehaald, waarna de dunne, kromme bomen bleven staan. Hieraan dankt het Vierhouterbos zijn bijzondere vorm.

Aan het einde van de negentiende en begin van de twintigste eeuw, verdwijnen de laatste maalschappen. De gezamenlijke gronden worden verkocht aan één eigenaar of aan één van de opkomende terreinbeherende organisaties.

De grillige bomen van een malebos. Foto: Alex en Annette Hagenbeek

Eikenhakhout

Een ander soort bos dat je in het Vierhouterbos kan vinden is het eikehakhoutbos. Ook dit is door mensenhanden gevormd. Je hebt het wellicht wel eens gezien, zo’n ‘handjevol’ eiken die gebroederlijk samenscholen. Het lijken afzonderlijke bomen maar schijn bedriegt. Onder de grond zit namelijk een zogenaamde ‘eikenstobbe’ verstopt. Het is de basis van al die boompjes, als de vingers aan je hand. Die ‘vingers’ zijn het eikenhakhout.

Tot het einde van de jaren dertig werden de op die eikenstobben groeiende uitlopers elke tien tot vijftien jaar afgezet. Het was de mensen te doen om de schors van de eikenbomen. In deze schors zit n.l. looizuur. Dit looizuur werd gebruikt voor de leerfabricatie in de leerlooierijen.

De eekschillers

In de omgeving van Nunspeet woonden mensen die de schors van de eikenbomen klopten. Dit werk noemde men ook wel ‘eken’ of ‘houten’. De mensen die dit deden werden ook wel eekschillers of eekkloppers genoemd. De eikenschors werd met een korte, aan beide kanten stompe bijl van het eikenhakhout afgeklopt. De schors werd gemalen en vormde de zogenaamde ‘run’ voor de leerlooierijen. Het geschilde hout vond in die tijd onder de naam ‘talhoutjes’ meestal de weg naar de bakkersovens.

Eekschillers hadden eenvoudig maar vermoeiend werk, vooral vanwege het feit dat ze vaak lange dagen maakten. De hele familie werkte trouwens mee. Takken snijden, talhoutjes bundelen. Zelfs de kinderen deden dat werk. Ze sliepen in hutten van heideplaggen die vlakbij hun werk in het bos lagen. Men noemde hen daarom ook wel ‘zoombewoners’. De oorspronkelijke naam ‘zoom’ betekende niets anders dan “woeste grond die grenst of zoomd aan cultuurgronden”.

Armoe troef

Van vroeg in de morgen tot laat in de avond was het ritmische geklop in het bos te horen, slechts onderbroken door een ochtend – en een middagpauze. Eekschillers en hun familie hadden het niet makkelijk. Er werden lange dagen gemaakt tegen een veel te laag loon. Het woord ‘slavenarbeid’ duikt hier en daar op in gesprekken van mensen die over dit oer-Veluwse beroep spraken. In de wintermaanden was er geen werk en het weinige geld wat in de zomermaanden was verdiend werd weer aan de bakker of kruidenier uitgegeven, waarna de eekschillers weer even arm waren als tevoren. Zij keken dan ook reikhalzend uit naar de zomer, zodat ze weer aan het werk konden.

Een aantal ontwikkelingen zorgde ervoor dat het eken een verdwijnend handwerk werd. Bijvoorbeeld door de invoering van Indonesische looiprodukten en de vervanging van looizuur door chemische stoffen, waardoor de run zijn handelswaarde verloor. Daar kwam nog bij dat hout als brandstof steeds meer vervangen werd door andere brandstoffen. Het eken stierf als beroep uit en werd samen met de eekschillers een begrip op de Veluwe.

Dit groepje bomen lijkt uit verschillende bomen te bestaan, maar het zijn eigenlijk ‘uitlopers’ van één ondergrondse eikenstobbe. Foto: Alex en Annette Hagenbeek

Mooi oud is niet lelijk: van cultuurbos naar natuurbos

Ten tijde van de maalmannen, als malebos maar ook eikenhakhoutbos, was het Vierhouterbos een cultuurbos. Het bos werd gebruikt en hierdoor gevormd.
Tegenwoordig is het vooral een natuurbos waar we kunnen genieten van majestueuze beuken van meer dan 200 jaar oud en ‘samenscholende’ eiken. Het beheer bestaat nu voornamelijk uit nietsdoen.

Nog even over Vierhouten

Vierhouten, Vierhouterbos: waar komt de naam vandaan? Er is één naam die steeds bovendrijft en een belangrijke rol speelt in de geschiedenis van Vierhouten: Vierholt. Een samenvatting van wat we weten over het geslacht Vierholt:

In de tijd van historicus van H. van Heerde (1894-1957) is sprake van de boerderij ‘Batavia’ die aan de Oosteinderweg 65 lag. Maar de naam Batavia stamt pas uit de tijd van de Franse revolutie.

In 1534 bezat een zekere Hannis Vierholt de boerderij die later meestal Cornelis-Vierholtgoed werd genoemd. Cornelis Vierholt woonde er van 1618 tot 1636 als boer Overigens zijn er verscheidene versies: het goed Vierhouten, Vierholten, Vierholte of Vierholt, je kunt ze allemaal tegenkomen.

Vrije boeren

Het geslacht Vierholt was belangrijk, het waren vrije boeren. “In 1606 bekomt Jan Gerritsen Vierholt afdracht en oprukking van een vrij erf en goed”. Dat betekende ongeveer dat hij, naar toen reeds verouderde gewoontes, een (symbolische) betaling moest doen om te voorkomen dat hij horig (onderworpen) zou worden aan de grootgrondbezitter/eigenaar van de boerderij. Horigheid was al verdwenen, maar de feodale gewoontes bleven lange tijd voortbestaan. Hoe belangrijk de familie Vierholt was, blijkt uit een ‘schattingsrol’ uit 1526 waarin te lezen staat dat het aantal koeien per boerderij dat jaar lag tussen de één en de acht. De al genoemde Hannis Vierholt bezat tien koeien, twee pinken en drie kalveren. Daarmee was hij (waarschijnlijk) de grootste boer uit Nunspeet.

Welnu, of de naam nou Vierholt of Vierholten was maakt niets uit. Het feit blijft dat deze familie zo belangrijk was dat de plaats uiteindelijk naar hun landgoed(eren) werd genoemd.

Wandeltip

Zin gekregen om dit oude cultuurbos te ontdekken? Probeer de De Bergeltroute eens. Het is een 3 km lange wandeling dwars door het oude malenbos. Start parkeerplaats Vierhouterbos aan de Gortelseweg net buiten Vierhouten.
En wist je trouwens dat de Crossbill Guides – Veluwe een bucketlist heeft met op nr.3 het Vierhouterbos als één van de mooiste bossen? Op de site kan je een sneak-preview bekijken van de gids en de rest van de lijst bekijken.

reageren

geef een reactie

  • Wim van Pijkeren
    6 januari 2019 om 18:01

    Ik had net elders gevonden dat broer van mijn overgrootmoeder is overleden tijdens werk in het Vierhouterbos is overleden , waarschijnlijk bij een ongeluk omgekomen. Inderdaad in de periode van bomen kappen en eekschillen.
    Dan is het aardig om dit soort typering van Vierhouterbos te lezen.

    • Janske Blijleven
      11 januari 2019 om 13:39

      Beste Wim,
      bijzonder dat zo de Veluwse geschiedenis in je eigen familiegeschiedenis tot leven komt. Zo krijgt het bet bos een extra betekenis voor je, kan ik me voorstellen.

      vriendelijke groet,
      Janske Blijleven

  • Siem Jonk
    1 september 2017 om 10:18

    Een prachtig verhaal, ik weet weer een beetje meer en dat vind ik leuk.

  • Harro Frieling
    1 september 2017 om 09:44

    Heel interessant en begrijpelijk verhaal! Uitnodigend!

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog