www.boswachtersblog.nl/ Veluwe

Een boefje met een heus boevenmasker: de klapekster

6 december 2017 Janske Blijleven in Veluwe
in het topje van een boom zit een klapekster op de uitkijk

Op de uitkijk

Fantastisch weer, helder, weinig wind: hoog tijd om de hei op te gaan, vond voormalig ecoloog en gastblogger Gert Jan Blankena. Daar heb je een ruim uitzicht zodat er altijd wel wat te beleven is. Nog wat late vogels op trek, herten, mountainbikers, laagvliegende helikopters…

Inderdaad, het was er allemaal. En nog veel meer! Een blauwe kiekendief. Een slechtvalk, die het op een groepje leeuweriken voorzien had. En die groep grote vogels heel in de verte: waren dat nou kraanvogels of toch wat anders? En… een gespietste muis op een meidoorn. Dat is nog veel leuker dan een slechtvalk of kraanvogels, want een opgeprikte (halve) muis kan maar één ding betekenen: het werk van een klapekster!

Stiekem een Zware Jongen

Een klapekster heeft niets met een ekster te maken. Oké, hij lijkt er wel een beetje op maar is veel kleiner. Hij heeft een lichtgrijze kleur met contrasterende donkere kleuren op de vleugels, staart en kop. En hij heeft een boevenmasker, zoals de Zware Jongens uit de Donald Duck.

Eigenlijk is het ook wel een beetje boefje. Want hij hoort bij de klauwieren, een groep vogels waarvan het niet helemaal duidelijk is of ze bij de roofvogels horen of toch niet. De Duitsers zijn daar een stuk duidelijker in: klauwieren heten daar gewoon ‘Raubwürger’. Ofwel roofwurgers. In dat soort termen zijn Duitsers goed! Bij de Nederlandse naam ‘klauwier’ moet je eerst drie keer nadenken voordat je het woord ‘klauw’ er in herkent.

Alternatieve voorraadkast

Dus toch een roofvogeltje? Dat zou je wel zeggen: hij leeft van grote insecten, hagedissen, muizen en kleine vogels. Hij meet zo’n 25 centimeter en is dus iets kleiner dan een merel. Juist omdat hij zo klein is, eet hij zijn prooi vaak niet in één keer op. Maar om te voorkomen dat een ander dier er mee vandoor gaat, wordt de prooi op een doorn of een scherpe tak gespietst. Prikkeldraad is natuurlijk helemaal geweldig, vooral als er geen doornstruiken voorradig zijn!

Als de klapekster voldoende prooien vangt, legt hij een hele voorraad opgeprikte prooien aan. Het liefst nog levend, zodat ze vers blijven. Zo heb ik wel eens vastgeprikte mestkevers gevonden die bewogen!

een halve muis, geprikt aan een scherpe tak. Een duidelijk teken dat een klapekster in de buurt is
Een opgeprikte, halve muis. Duidelijk het werk van een klapekster.

Schuwe hoogzitters

Klapeksters hebben een voorkeur voor open terrein, zoals heidevelden. Ze zitten dan vaak in de top van een boom op de loer naar een prooi. Daardoor zijn ze best gemakkelijk te vinden: je hoeft (met een kijker natuurlijk) alleen maar alle boomtoppen af te zoeken. Met die contrasterende grijszwarte kleuren is dat niet zo moeilijk. Dus… op pad!

En inderdaad, na een half uurtje zoeken had ik hem. Daar zat hij, in de top van een jonge den. Klapeksters zijn buitengewoon schuw, maar ik wilde toch proberen een foto te maken. Via de dekking van een grotere boom kon ik hem ongezien benaderen. Maar ja, je kunt niet dwars door een boom heen fotograferen, dus ik moest me wel laten zien. Hij bleef gewoon zitten! Hoezo schuw?

Van vaste gast tot zeldzaamheid

Het gaat niet zo goed met de klapeksters. In het begin van de 20e eeuw was het een niet-ongewone broedvogel van heidevelden. Maar door ontginning en het omzetten in landbouwgronden en bos is zijn habitat snel afgenomen. De laatste broedde hier in 2002. Nu moeten we het alleen nog maar hebben van overwinteraars. Zelfs die aantallen nemen af: ook in het noorden gaat het blijkbaar niet zo goed met hem.

Gert Jan Blankena
Voormalig ecoloog gemeente Apeldoorn
Oud-columnist De Stentor

reageren

geef een reactie

  • Janske Blijleven
    7 december 2017

    Leuk om te horen, Willy!
    Fijn dat je er zo van geniet 🙂

  • Willy Lammers
    6 december 2017

    Hartelijk dank voor het mooie verhaal. Ik lees het iedere keer graag.

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog