www.boswachtersblog.nl/ Veluwe

De bijzondere levensloop van een plant: hengel

28 juli 2017 Janske Blijleven in Veluwe

In lanen en langs bosranden staat nu een bijzondere plant in bloei: hengel. Hengel dankt zijn naam aan de gekromde, overhangende stengel: als een vishengel met vis. De planten zijn allemaal naar dezelfde richting gebogen: naar het licht toe. Het is een echte schaduwplant, maar hij heeft wel voldoende licht nodig. Gastblog van ecoloog Gert Jan Blankena

Hengel is een parasiet die zijn voedsel haalt uit de wortels van eik, berk, bosbes of vossenbes. Eigenlijk moet je spreken van een half-parasiet: hengel heeft groene blaadjes en voorziet zichzelf dus ook van voedingsstoffen. Maar in het begin van zijn ontwikkeling heeft hij de onvrijwillige hulp van zijn gastheer wel degelijk nodig.

Hengel is een eenjarige plant, wat betekent dat hij elke jaar vanuit zaad moet opgroeien tot een volwassen plant, die op zijn beurt weer zaad vormt en dan afsterft.

Vermomd als mierenbroodje

Laten we maar eens beginnen met dat zaad. In de nazomer vormt de plant vruchtjes, waarin drie of vier grote zaden zitten. Die zaden lijken sprekend op een mierenpop: de cocon waarin de mierenlarf zich ontwikkelt tot mier. Zelfs het zakje aan de pop, waarin de poep van de mier-in-spé wordt opgevangen, ontbreekt niet. Mieren worden hierdoor op een verkeerd pootje gebracht. De namaakpop wordt als broed naar het nest gebracht. Of zou dit meer te maken hebben met dat zakje, het zogeheten mierenbroodje? Dit is een olieachtig weefsel waar mieren dol op zijn.

Voor het effect maakt deze vraag niet uit. Ze verslepen het zaad naar hun nest, en daar gaat het om. De mieren eten het ‘broodje’ op en kieperen vervolgens het zaadje weer uit hun nest. Wat betekent dat er bij het mierennest het volgende jaar hele klompen van kiemplanten kunnen verschijnen. En daar gaat het natuurlijk om: hengel heeft zulke zware zaden dat verspreiding niet mogelijk is zonder hulp van mieren.

Op zoek naar een ‘gastwortel’

De kieming van het zaadje is ook al zo bijzonder.
In de herfst ontstaat de kiem, maar pas bij een temperatuur onder de 15 graden. Uit het zaad groeit dan een kiemworteltje dat op zijn beurt moet uitgroeien tot een penwortel die in staat is om een wortel van een eik, berk, bos- of vossenbes te bereiken. Die wortels liggen altijd wat dieper in de bodem. Bovendien moet het worteltje ook nog eens door een dikke laag van afgestorven blad en gras groeien, wat veel energie kost. En de voorraad energie is beperkt tot de voedingsstoffen in het zaadje. Dat is weliswaar best groot, maar op is op! Als het worteltje er te lang over doet om een ‘gastwortel’ te vinden dan eindigt het verhaal voortijdig.

kromme, overhangende stengels als een vishengel met vis

Van kou word je groot

Als er eenmaal contact gelegd is met de ‘gastwortel’ ziet het er al veel beter uit. Het piepjonge plantje kan nu profiteren van de voedingsstoffen en het water van de gastheer. Dan is er nog maar één hobbel te nemen: het moet nu zien uit te groeien tot een volwaardige plant. Daarvoor is echter wel een koudeperiode nodig. Blijft die uit dan zullen veel kiemen alsnog het loodje leggen.

Pas tegen het einde van de winter kan zich een volwaardig kiemplantje vormen. Dank zij de voedingsstoffen van de gastheer kan het zich snel ontwikkelen en boven de grond komen. Alweer moet de dikke laag strooisel worden overwonnen, maar nu in omgekeerde richting. Maar deze keer is dat geen probleem, integendeel. Want in de lente ontwikkelt zich op de groeiplaats vaak een dicht tapijt van bochtige smele, een grassoort. Strooisel en gras beschermen het jonge plantje tegen vraat en nachtvorst. In mei/juni groeit de plant in enkele weken uit tot een volwassen plant met bloemen. Met dank aan de gastheer!

Gert Jan Blankena
Voormalig ecoloog gemeente Apeldoorn
Oud-columnist De Stentor

reageren

geef een reactie

  • JanB
    28 juli 2017

    Mooi verhaal!

  • Sjoerd Stellingwerf
    28 juli 2017

    Wat een geweldig mooi verhaal, Gert Jan. Je neemt ons mee in verwondering die je rijkelijk onderbouwt met veel bijzondere feiten. Graag nog meer van zulke bijdragen!
    Groet van Sjoerd Stellingwerf, v.m. schaapherder

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog