www.boswachtersblog.nl/ Overijssel

Een georganiseerd gekrioel van jewelste

11 augustus 2017 Boswachter Kees Jan Westra in Overijssel
gekrioel

Gekrioel en chaos? Of toch niet....

Op een mooie zomerse dag kwam ik tijdens het werk een prachtige mierenhoop tegen. Ik vind het altijd leuk om dan even te stoppen met waar ik mee bezig ben en een kijkje te nemen bij de mierenhoop. Ik verbaas me dan altijd over het gekrioel van de honderden, misschien wel duizenden mieren. Het lijkt gekrioel, maar wanneer je wat langer naar het gedrag van de mieren kijkt, zie je dat het er eigenlijk heel erg gestructureerd aan toe gaat.

Ik zag op een gegeven moment over het pad zelfs een soort van snelweg van mieren lopen. Doordat zij met z’n allen meerdere malen exact dezelfde routes over het pad namen, was er een heel smal, ietwat verdiept, mierenspoor. Wow, dat was toch echt wel indrukwekkend. Moet je je voorstellen? De mieren hebben zo vaak heen en weer gelopen dat er een paadje ontstaat. Helaas is de foto die ik ervan heb proberen te maken, echt te onduidelijk.

Mierenhopen zijn gebouwd van dennennaalden, kleine takjes en bladeren. En wanneer de eerste zonnestralen de hoop bereiken, neemt de activiteit toe. Bij temperaturen van rond de 25 graden kunnen de eieren en larven zich goed ontwikkelen. Wanneer de kou optrekt, in de herfst en de winter, is er weinig bedrijvigheid meer in de mierenhoop en eromheen. Er is dan ook niet zoveel de tijd. Het aantal mieren per mierenhoop kan wel oplopen tot zo’n half miljoen stuks. In de hoop zelf, die bestaat uit gangen en kamers, leven de mieren onderling in kolonies.

dennenaalden, takjes en bladeren
Mierenhopen zijn gebouwd van dennennaalden, kleine takjes en bladeren.

Elke mier heeft een eigen taak en is dus nuttig…

In een kolonie mieren heeft ieder zo haar eigen taak. Aan heft hoofd van de kolonie staat de koningin. De koningin is uitermate belangrijk, want zij moet zorgen voor de voortplanting. Net als de mannetjes heeft ze vleugels en deze gebruikt ze tijdens de bruidsvlucht. Wanneer het weer goed is, verlaat de koningin het nest en gaat ze op zoek naar geschikte partners. Hoewel geschikt… Na het paren zijn de mannetjes zo moe dat dat ze meestal sterven. Maar, de koningin komt ook niet ongeschonden uit de strijd. Zij verliest haar vleugels en moet terug naar het nest.

In de mierenhoop tref je ook al van werksters aan. Dat het mierenvolk een nog niet zo geëmancipeerd volk is, blijkt wel uit het feit dat alle werksters vrouwtjes zijn. De mannetjes hebben niet veel meer nut dan het zorgen voor de voortplanting, na de bruidsvlucht sterven ze al gauw.

De werksters hebben ieder hun eigen taak: Soldaten zorgen dat het nest gegraven wordt. Ze hebben sterke kaken en kunnen dit klusje dan ook goed klaren. De verkenners zijn de oudste mieren van de kolonie. Zij trekken er op uit om voedsel te zoeken. Dat is een gevaarlijk klusje, want zij lopen de meeste kans om opgegeten of vertrapt te worden.

De larvenverzorgers verzorgen de larven die uit de eitjes komen, die de koningin heeft gelegd. De koningin verzorgt die natuurlijk niet zelf, maar daar heeft ze haar larvenverzorgsters voor. Voedselmakers zijn een soort landbouwers, zij gaan op zoek naar bladluizen, waar ze het vocht uitzuigen of ze halen de bladhuizen het nest binnen.

Tot slot kent het volk van de werksters nog de slavenhalers. Larven uit een ander mierennest hebben de geur van het nest nog niet. Deze zijn geschikt om te stelen. De slavenhalers dragen de larven tot in hun eigen nest, waarna de larven een leven als slaaf in het nest tegemoet gaan.

Mieren zijn enorm belangrijk voor het bos

Helaas hebben de mieren het moeilijk. De mierenhopen lijken de laatste jaren steeds een beetje kleiner te worden. Dat is te verklaren doordat door de aanvoer van stikstof er veel meer gras in de bossen is gaan groeien. Door de vergrassing is het voor mieren moeilijker om voldoende nestmateriaal te verslepen. Wij doen er alles aan om mierennesten te behouden, want mieren zijn uitermate belangrijk voor het bos. Friedrich Wilhelm I, de koning van Pruisen, riep de rode bosmier al in 1724 uit tot een beschermde diersoort, vanwege haar nuttige effect op de bosbouw. Tot op heden hebben bosmieren in Duitsland die status. Een status die ze wat mij betreft in Nederland ook verdienen!

reageren

geef een reactie

  • Wil van Lieshout
    11 augustus 2017

    Ook ik sta altijd vol verwondering en bewondering te kijken naar de bedrijvigheid van het mierenvolkje. En dat ze nooit botsen vind ik zo knap!

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog