www.boswachtersblog.nl/ Texel

Kattendoorn, stekelige schoonheid

28 juli 2013 Boswachter Erik van der Spek in Texel

SONY DSC

Het is nu tijd voor de zomerbloeiers. Zo bloeit op
Texel momenteel op verschillende plaatsen de kattendoorn.
Een van de plaatsen waar ze mooi te zien
zijn is langs het Slag door de Nederlanden in De Muy
ten zuiden van de Muyweg.

Een plant vol roze bloemen, met daar tussen beste stekels.
Het is een lid van de grote familie van de vlinderbloemigen.
Dit zijn planten die peilen krijgen waarin de
zaden zitten. Bijzonder aan de vlinderbloemigen is dat ze
stikstof uit de lucht kunnen opnemen, iets wat de meeste
planten niet kunnen. Die stikstof kan in samenwerking
(symbiose) met bepaalde bacteriën gebonden worden
in knolletjes aan de wortels. Vlinderbloemigen, zoals klavers
en lupine worden dan ook gebruikt om de stikstofvoorziening
van landbouwgrond te verbeteren.

Kattendoorn
Deze lage tot middelhoge plant heeft rechtopstaande
stengels die aan de voet kunnen verhouten. De doornen
staan vaak in paren en ontwikkelen zich in de bloeitijd.
Karakteristiek is dat de jonge twijgen twee dichte rijen
met haren hebben, die per stengellid van plaats verwisselen,
en verder zijn er wat verspreide haren. Kattendoorn
is een plant van zonnige graslanden op schrale tot matig
voedselrijke en vaak kalkhoudende grond, die niet of
weinig wordt bemest. De groeiplaats kan ogenschijnlijk
droog zijn, maar kattendoorn heeft een vochtige ondergrond
nodig. Door de stekels wordt de plant zelfs door
schapen niet gegeten. Groepen planten kunnen door
hun stekels andere planten tegen begrazing beschermen.
Op schrale landbouwgrond kon de plant door de
taaie wortels hinderlijk zijn. Oude wetenschappelijke namen
betekenen vertaald: koeienrem en ploegvertrager.

Kruipend stalkruid
Kattendoorn kan makkelijk verward worden met het verwante
kruipend stalkruid, dat op Texel veel minder voorkomt.
Kruipend stalkruid is, zoals de naam al aangeeft
een kruipende plant. De hele plant is door klierharen kleverig
en verspreidt een bokken- ofwel stalgeur. Meestal
ontbreken de doornen. Zijn ze er wel, dan zijn ze niet stevig
en staan ze niet in paren. Kruipend stalkruid groeit op
droge, zonnige plaatsen met een open begroeiing.
SONY DSC
Bijen
Beide soorten worden bestoven door hommels en andere
grote bijen. Nadat de bloem een paar keer bezocht
is, gaat de kiel van de bloem aan de bovenkant open. Hij
werkt dan als een klapstoel wanneer een bij er op gaat
zitten. Uiteindelijk blijft de kiel vaak omlaag hangen en
kunnen zweefvliegen de restjes stuifmeel opsnoepen.
Maar wanneer de stamper bevrucht is, gaat de bloem
permanent dicht. Bij de bestuiving werkt er in de bloem
een soort pompmechanisme. Op de foto bezoekt een
kustbehangersbij een bloem. Dit is een soort die de
stuifmeel tussen haren op de buik verzameld en niet
aan de poten. Deze vrij zeldzame soort komt op Texel
in de duinen nog vrij talrijk voor. Ze nesten in de grond
tussen wortels van grassen en onder stenen vlak onder
de grond. De broedcellen hebben een diameter van 12
mm en zijn 20mm lang. Ze worden bekleed met stukjes
blad van bomen en struiken en gevuld

Boswachter Erik van der Spek

reageren

geef een reactie

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog