www.boswachtersblog.nl/ Drenthe

Overpeinzingen bij de paarse pracht

11 augustus 2016 Vogelwachters Aaldrik en Nicolette in Drenthe

De heide bloeit in Drenthe! Of beter gezegd de struikheide bloeit. De heide-familie is namelijk veel groter dan alleen de soort die onze velden in augustus zo fotogeniek paars kleurt. De bekendste is waarschijnlijk de dopheide die nu over zijn bloeipiek van juli heen is. Maar ook lavendelheide, blauwe bosbes en kleine veenbes behoren tot de heidefamilie. En kraaiheide dan? Nee, die moet het met zijn eigen familie doen, al zijn de families wel aan elkaar verwant. En dan kun je ook nog spreken van natte heide en droge heide, maar dan heb je het meer over het landschap dan over de plant zelf. Hoe dan ook, heide is meer dan alleen #paarsepracht.

Halfnatuurlijk landschap

Kraaiheide
Kraaiheide

Waar we bijvoorbeeld meestal niet bij stilstaan, is dat het droge heidelandschap in Drenthe waar vooral struikheide groeit, een zogenaamd halfnatuurlijk landschap is. Professor Victor Westhoff bedacht deze term in de tweede helft van de vorige eeuw voor landschappen die niet volledig natuurlijk en oorspronkelijk zijn, maar wel een hoge natuurwaarde hadden. Hij schrijft over dat heidelandschap in zijn boek ‘Wilde planten’ uit 1973: “Van het begin der landbouw in het Subboreaal (ongeveer 5.600-2.400 jaar geleden) zijn de heiden door roofbouw (‘shifting cultivation’: branden, kappen en begrazen door vee) uit het oorspronkelijke eiken-berkenbos ontstaan.”

Primitieve landbouw
Droge heidevelden komen van nature ook voor in Drenthe, maar in veel kleinere oppervlaktes. Dat kun je je bijna niet voorstellen als je kijkt naar een kaart uit 1900 waar een groot deel van Drenthe is bedekt met heide en stuifzand. Die uitgestrekte velden zijn afgelopen eeuwen ontstaan onder invloed van een primitief landbouwsysteem waarin schapen een sleutelrol speelden. Begin 20e eeuw zijn veel van die heidevelden, toen de schapenhouderij onrendabel werd, ontgonnen voor een modernere vorm van landbouw en is er bos geplant – o.a. door Staatsbosbeheer -, vooral op het stuifzand. De heidevelden die resteren, proberen we letterlijk met man en macht in stand te houden, want er is nogal wat om tegen te vechten.

Het nog oneindige heidelandschap rond Norg in 1900. Ook de eerste aanleg van bossen op de stuifzanden is te zien.
Het nog oneindige heidelandschap rond Norg en Langelo in 1900. Ook de eerste aanleg van bossen op stuifzand is te zien.

Afblijven
Het meest bijzondere gevecht daarbij is misschien wel die tegen de verbossing. Want dat is wat de natuur zelf eigenlijk wil, van die mooie paarse heide weer bos maken. Datzelfde eiken-berkenbos van waaruit het ooit is ontstaan. En dan kun je je afvragen: waarom laten we dat niet gewoon gebeuren? Dat is toch natuur? Ergens gewoon even met je handen afblijven.

Atalanta op struikheide.
Atalanta op struikheide.

Bos bos bos
Stel je je het eens voor, het hele Balloërveld bedekt met een bos. Waarschijnlijk krijgen we als Staatsbosbeheer dan de halve wereld op ons dak. Mensen zien om uiteenlopende redenen het heidelandschap als waardevol, of waardevoller dan het bos. Vanuit ecologisch perspectief bijvoorbeeld. In een gevarieerd heidelandschap komen in ieder geval andere planten- en diersoorten voor dan in het relatief arme berken-eikenbos. Denk maar eens aan heivlinder, nachtpauwoog, adder, groene zandloopkever en rode heidelucifer. Of vanuit esthetisch perspectief: het is mooier. Of vanuit historisch perspectief: onze voorouders hebben eeuwen gezwoegd in dat landschap en er hun sporen nagelaten, iets wat je op het Balloërveld letterlijk nog kunt zien. In een bos verdwijnen die sporen al snel uit het zicht.

Dilemma’s
Dat zijn voortdurend de dilemma’s bij het beheer van natuur in Nederland. Laat je de natuur zijn gang gaan of grijp je in om een of andere reden. Bij Staatsbosbeheer hebben we gekozen voor beide. In sommige gebieden, zoals op het Balloërveld in NP Drentsche Aa, houden we met intensief beheer een door de mens gemaakt landschap in stand. In andere gebieden, zoals bijvoorbeeld De Onlanden, laten we na stevige inrichtingsmaatregelen de natuur zijn gang gaan. Datzelfde geldt voor het NP Drents-Friese Wold. Daar wordt de komende jaren in het naaldbos ruimte gemaakt voor een meer natuurlijke begroeiing. Het duurt alleen heel lang voordat je weer van natuurlijke bossen kunt spreken. En ja, ik realiseer me ook dat de huidige naaldbossen waardevol zijn. Ik ben heel blij met het besluit van Staatsbosbeheer Drenthe om op diverse plekken bos waarin oudere fijnsparren de dienst uitmaken zijn gang te laten gaan.

Collega Herman Slot in een stuk waar eerst douglas stond en nu berk en grove den op komt.
Collega-boswachter Herman Slot in een stukje Drents-Friese Wold waar eerst Douglas stond en nu berk en grove den op komt.

Blij
Je kunt er ook een beetje cynisch naar kijken. Dat het nooit goed is. De natuur staat altijd op de verkeerde plek. Oftewel, op de ene plek houd je de natuur tegen die je op een andere plek graag wilt, waar je juist weer de natuur die er al is, weghaalt ten gunste van natuur die je ergens anders tegenhoudt. Maar ik ben er blij mee dat we juist in een dichtbevolkt land als Nederland oog hebben voor zowel onze natuurrijke cultuurlandschappen waar we moeten blijven beheren, als voor gebieden waar de natuur zijn eigen gang kan gaan.

Aaldrik Pot

ps: Er valt natuurlijk nog veel meer over te zeggen en van te vinden. Ik ga er graag met je over in gesprek!

reageren

geef een reactie

  • Thijs
    12 augustus 2016 om 16:07

    Als je in het Drents Friese Wold al het naaldbos zou laten staan, dan veranderd alles toch vanzelf in een loofbos? Dan krijg je toch een prachtig naaldwoud met metersdikke hoge sparren en met een jong eiken beukenbos op de ondergroei? Als je daar zoveel in kapt komt er toch vooral prunus op? Dat op een heide bos gekapt wordt snap ik volledig, maar waarom wordt er toch in een bos bos gekapt om er bos van te maken?

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog