www.boswachtersblog.nl/ BuitenPlaatsen

De vlinders van Kawasaki

16 april 2013 Kunsthistoricus Marcel van Ool in BuitenPlaatsen

Naturalis is een van de leukste musea van ons land, ook voor kinderen. Neem alleen al de zaal met de complete fauna van Nederland. Altijd als ik daar ben, denk ik; wat er van over is, beheren wij. Dat is mooi en triest tegelijk. En ik kan er ook boos worden en me afvragen hoe je in vredesnaam op leven kunt bezuinigen.
Nu is er in de zogenoemde schatkamer een collectie Apollovlinders te zien. Die beesten zijn allemaal prachtig en zonder kennis kom je niet verder dan dat er wel tientallen verschillende Apollovlinders lijken te zijn. De ene lijkt ontworpen door Viktor en Rolf, de ander mist zelfs de rode stip die in eerste instantie zo kenmerkend leek voor het genus.
Wetenschappers onderscheiden nog iets meer dan de 44 soorten, die nu in Leiden vertegenwoordigd zijn. Dat er zo’n enorme collectie bij elkaar is (de grootste ter wereld) komt omdat aan de al bestaande verzameling van Naturalis die van de Japanner Kawasaki is toegevoegd.
De vlinders zijn niet verzameld omdat ze zo mooi zijn maar omdat er uit hun verscheidenheid wetenschappelijke lessen te trekken zijn. Toen tijdens de ijstijden grote delen van het Noordelijk halfrond onleefbaar werden voor vlinders, migreerden deze zuidwaarts. Zo’n tienduizend jaar geleden trok het ijs zich weer terug en apollovlinderverspreidden de vlinders zich ook weer noordelijker. Hun favoriete leefgebied bestaat uit bergen. Ze komen voor van de Alpen tot in de Himalaya. Wetenschappers nu zijn bijzonder geïnteresseerd in de onderlinge contacten van groepen vlinders of in juist hun geïsoleerde bestaan. Daaruit kunnen zij het ontstaan van de soorten nagaan. Je zit met je neus bovenop de evolutie. Spannend!
Maar dan: wanneer spreek je eigenlijk van een aparte soort? Dat gebeurde honderden jarenlang op basis van uiterlijke kenmerken. Dat is dus helemaal niet zo wetenschappelijk en er werd dan ook flink gesteggeld onder biologen die het dierenrijk indeelden. Misschien speelde daar zelfs enige ijdelheid in mee: een nieuwe soort wordt niet zelden naar zijn ontdekker genoemd.
Je zou denken dat met de komst van DNA-onderzoek het indelen naar soorten op absolute wijze kan plaatsvinden. Nou, bijna. Het komt voor dat bij gelijk DNA er toch afwijkende uiterlijkheden zijn. Dan ontrekt de natuur zich aan hoe wij graag zien dat ze is. Ik vind het geweldig dat al onze ordeningen niet naadloos op de werkelijkheid passen. Dat onbevattelijke…het besef ervan is misschien nog waardevoller dan welke verklaring dan ook.

reageren

geef een reactie

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog