www.boswachtersblog.nl/ Oostvaardersplassen

Over conditiescores en bijvoeren

1 februari 2019 Boswachters in Oostvaardersplassen

Heckrunderen in de Oostvaardersplassen op 28 januari 2019.

Sinds juli 2018 geldt nieuw beleid voor de Oostvaardersplassen. We hebben als Staatsbosbeheer de opdracht gekregen om het aantal grote grazers zodanig omlaag te brengen, dat er het hele jaar rond voldoende voedsel aanwezig is. Alleen in uitzonderlijke situaties zou er in de toekomst dan bijgevoerd moeten worden.

Overgangsperiode

De winter 2018 – 2019 is een overgangsperiode waarin we de paarden en edelherten in aantal terugbrengen. Omdat het aantal grote grazers nu aanzienlijk lager ligt dan vorig jaar is er voorlopig nog voldoende voedsel beschikbaar. De paarden zijn allemaal in goede conditie, waarbij sommige dieren zelfs vet zijn. De runderen zijn nog in goede conditie, maar zijn al wel wat betreft vetreserve teruggelopen. We houden ze scherp in de gaten, zeker nu het kouder is.

De paarden zijn in goede conditie, constateerden de dierenartsen vorige week. (Foto: 18 januari 2019)

Wanneer gaan we bijvoeren?

We hebben voor de overgangsperiode duidelijke afspraken gemaakt met de provincie Flevoland over het moment van bijvoeren van de runderen en de paarden. Uitgangspunt is dat gebrek aan voedsel geen aanleiding is voor uitval bij de dieren.
Hiervoor is de Body Condition Score (BCS) van de runderen de belangrijkste ‘meetlat’. Deze BCS wordt algemeen gehanteerd bij de conditiebepaling van paarden en runderen . Het is een vijfpuntschaal waarbij score 1 min of meer gelijk staat aan heel mager, score 3 optimaal is en score 5 heel vet is. De afspraak is dat we bij een gemiddelde BCS van 2 bij de runderen over gaan tot bijvoeren.

Het is goed om te beseffen dat we het hebben over vrij levende dieren die in de zomer en de herfst vetreserves aanleggen, waarop ze in de winter aanspraak maken. Het opvetten en het gebruik van de opgebouwde energiereserve hoort bij de seizoenscyclus van deze dieren. De dieren gaan in de loop van de winter in conditie achteruit, dit hoort bij hun natuurlijke cyclus, net zo goed als dat ze vetreserves aanleggen in de zomer en de herfst.

Het voeren bij BCS 2 is hét moment waarop enerzijds het natuurlijk karakter van deze vrij levende dieren de ruimte krijgt en anderzijds het moment waarop de dieren de winter nog goed door kunnen komen.

De runderen zijn nog in goede conditie, maar zijn al wel wat in conditie teruggelopen. We houden ze scherp in de gaten, zeker nu het kouder wordt. (Foto: 28 januari 2019)

Conditiebepaling BCS ten opzichte van ICMO-richtlijnen

Er is gekozen voor een andere manier van de conditiebepaling dan in het verleden. Toen was het beheer gericht op het correct uitvoeren van het ‘vroeg reactief beheer”. De (ICMO) conditiescore was vooral een maatlat om dat goed uit te voeren. Met de nieuwe methode (BCS) richten we ons specifiek op de uiterlijke kenmerken van de dieren. Deze score is bepalend voor de vraag of en wanneer er bijgevoerd moet worden. De indeling van deze score is als volgt:

BCS 1 – Heel mager
BCS 2 – Mager
BCS 3 – Goed
BCS 4 – Vet
BCS 5 – Heel vet

Bij een vergelijking tussen de ‘oude’ methodiek en de nieuwe komt een oude dierconditie 5 overeen met de kenmerken van het dier bij de BCS 3. De BCS 2 is voor wat betreft uiterlijke kenmerken ongeveer gelijk aan ergens tussen de oude conditiescore 3 en 4.

Een van de hengsten met zijn harem. Foto: 28 januari 2019

Monitoring van de grote grazers

Drie keer per week houden de kuddebeheerder en boswachters monitoringsrondes in het Oostvaardersveld en de Oostvaardersplassen. Tijdens deze rondes bekijken we de dieren op individueel niveau. Als er dieren zijn die een wond hebben, kreupel lijken te zijn of afwijkend gedrag vertonen, dan wordt zonodig contact opgenomen met de lokale dierenarts. De dierenarts beoordeelt of behandeling nodig, mogelijk en gewenst is. Soms zijn er situaties waarin de dierenarts het beter acht om een dier niet (meer) te behandelen en kan een dier worden geëuthanaseerd. Daarbij zal de dierenarts altijd meewegen dat de dieren in een natuurlijke omgeving leven.

Er zijn altijd individuele dieren met een hogere of lagere BCS. Oude koeien en jonge dieren zijn vaak de magerste dieren. Dit betekent niet dat deze dieren de winter niet door kunnen komen.

Minimaal één keer per maand gaat een externe dierenarts samen met de kuddebeheerder op pad om de conditie van de grazers te controleren. Als het nodig is, bij strenge winterse omstandigheden of teruglopende condities, gaat de frequentie van deze controles omhoog.

Een van de gezenderde heckrunderen (zie blog ‘Hoefdieren als verklikkers stroperij’ van 22 november). Foto: 28 januari 2019

Conditie runderen en paarden

Vorige week is de conditie van de runderen en paarden weer in kaart gebracht. De dierenartsen hebben geconstateerd dat bij de paarden de gemiddelde conditie 4 of hoger is. De runderen zijn sinds vorige maand een beetje teruggezakt in conditie. Vorige maand was de gemiddelde score 2,9 BCS. Deze maand was dat 2,6 BCS. Overigens is het natuurlijk dat de BCS bij deze dieren in de winter terugloopt.

Foto: 28 januari 2019

Mocht je vragen hebben naar aanleiding van dit blog? Neem dan contact op met de boswachters van de Oostvaardersplassen. Meer achtergrondinformatie over de lopende werkzaamheden in de Oostvaardersplassen vind je op onze website.

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog