www.boswachtersblog.nl/ Oostvaardersplassen

Nieuw bos verrijst langs de A6

10 april 2024 Boswachter Hans-Erik Kuypers in Oostvaardersplassen

De afgelopen dagen zijn 30.000 bomen geplant in een gebied langs de A6 tussen Lelystad en Almere. De voormalige graslanden bij de Lage Knarsluis zijn ruim een jaar geleden verworven door Staatsbosbeheer met als doel om hier bos te ontwikkelen.

In de voorgaande jaren zijn er in de omgeving al enkele percelen van Staatbosbeheer beplant met bomen en struiken (zie hiervoor o.a. dit blog). De laatste 8 hectare, gelegen tegen de Knardijk aan, worden nu dus toegevoegd aan de dit bos van de toekomst.

Hoe gaat dat planten in z’n werk?

Een team van Staatsbosbeheer en een aannemer zijn tegelijkertijd aan het werk om de 30.000 bomen in de grond te krijgen. Hiervoor gebruiken we plantmachines. Dit klinkt geavanceerd, maar het blijft mensenwerk. Een trekker met een bak gevuld met boompjes, een zitje en een twee grote schijven is de machinerie. Een chauffeur en een planter zijn het mensenwerk. Wanneer de omstandigheden goed zijn kan de trekker met een tempo van gemiddeld 3 kilometer per uur rijden en kan de planter in dat uur 400 bomen in de grond zetten. De muziek vanuit de radio in de trekker kan het juiste ritme aangeven om dit aantal te halen. Om de bomen goed ‘aan te laten slaan’ wordt de jonge aanplant boompje voor boompje nagelopen en de aarde rondom het dunne stammetje goed aangedrukt.

Wat wordt er geplant?

Het aanplanten van nieuw bos vergt naast kennis van de technische aspecten ook deskundigheid over de verschillende boomsoorten en hoe de bomen zich tot elkaar verhouden. Waar we in vroeger dagen uit efficiëntieoverwegingen nog vaak een enkele boomsoort per perceel aanplantten, zijn we al jaren geleden overgestapt op het planten van verschillende boomsoorten in mengingen. Naast dat dit op termijn een gevarieerd en ‘mooi’ bos oplevert, zorgen de verschillende bomen ook voor een duurzamer bos. Duurzaam in termen van klimaatbestendigheid en robuustheid als het gaat om droogte, ziekten en plagen. Menging als vorm van risicospreiding.

Op basis van de grondsoort en hydrologische omstandigheden zijn er tien soorten bomen geselecteerd waarvan we weten dat ze het goed kunnen doen in de Flevolandse polderklei.

  • Wintereik
  • Zomereik
  • Haakbeuk
  • Beuk
  • Zomerlinde
  • Fladderiep
  • Berk
  • Zwarte els
  • Zoete kers
  • Walnoot

In het Hollandse Hout en het Kotterbos kom je als deze soorten ook al tegen. Momenteel staan de kersen prachtig, eenzaam en ijl te bloeien en botten de andere bomen lichtgroen uit. In het nieuwe bos vormen eiken (winter-  en zomereik) met 30 procent het grootste bestanddeel en 15 van de 100 bomen is een zoete kers.

Groepsgewijze menging

Het planten van deze verschillende bomen gebeurt zeker niet willekeurig, ze worden in een zogenaamde groepsgewijze menging bij elkaar gezet. Dit betekent dat we er voor willen zorgen dat er in het beplantingspatroon bomen van een enkele soorten in kleine ‘vlekken’ bij elkaar komen te staan. Aangezien we in rijen planten is het hele opgave voor de plantploeg om binnen de rij op het juiste moment de gewenste boomsoort te planten. In het eindbeeld zie je dan een bos met een mozaïek van vlekken met eenzelfde boomsoort, groepsgewijs bij elkaar staan.

Waarom doen we dat met die ‘vlekken’? Is dat dan niet in tegenspraak met de wens om verschillende boomsoorten door elkaar heen te planten?

De groepsgewijze menging zorgt er voor dat bepaalde boomsoorten niet te veel met elkaar hoeven te concurreren. We weten bijvoorbeeld dat wanneer eiken en beuken bij elkaar worden geplant de beuk uiteindelijk in de strijd om licht en ruimte overwint en de eik in de schaduw zal wegkwijnen. Bij het planten houd je dus rekening met lichtminnende en schaduwtolerante soorten en zorg je dat deze niet direct bij elkaar staan.

Aan de andere kant heb je ook boomsoorten die je van nature bij elkaar aantreft. Berken en eiken kunnen als licht minnende soorten prima bij elkaar groeien. Ze stimuleren elkaar ook in de uitruil van voedingsstoffen via hun wortelgestel en verbindende bodemschimmels.

Een andere rol ligt nog bij de lindes en haagbeuken die met hun blad en hun wortelgestel goed in staan zijn om een rijke humuslaag te vormen. Deze laag is op haar beurt weer een ideale voedingsbodem voor schimmels, kruiden en lagere vegetatie, waarmee het bos ook meer gelaagdheid en diversiteit krijgt. De schimmels werken bovendien samen met de boomwortels voor de opname van voedingsstoffen en water door de boom.

Kortom, het aanplanten van een nieuw bos, vergt denkwerk, deskundigheid en vakmanschap. Je maakt een plan dat ook over vele jaren stand moet kunnen houden en waarbij je gedachten en voorspellingen voor de toekomst in boom- en struiksoorten moet vertalen.

Zichtlijnen en hoogspanningslijnen

Vanaf de A6 heb je nu een vrij uitzicht op de Lage Knarsluis. Een enorme sluis die onderdeel vormt van de Knardijk en daarmee de scheidslijn tussen Oostelijk en Zuidelijk Flevoland. Als cultuurhistorisch element prijkt het bouwwerk boven het vlakke polderlandschap uit en is het ook voor de toekomst wenselijk om vrij zicht op de sluis te behouden. Bij de aanleg van het bos is hiermee dan ook rekening gehouden en worden hier, net als onder de hoogspanningsleiding, alleen lager blijvende struiken geplant.

Rasters tegen vraat en schilschade

Helaas is het noodzakelijk om de nieuwe aanplant per ‘plantvak’ te omrasteren. De schade aan de nieuw aangeplante boompjes en struiken door de vraat van reeën is in de gebieden waar we de bomen in de eerste jaren niet beschermen aanzienlijk. Door het plaatsen van rasters kunnen we deze schade beperken en kan het bos zich in de eerste jaren ongestoord ontwikkelen

reageren

geef een reactie

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog