www.boswachtersblog.nl/ Texel

Arctisch bezoek

23 november 2018 Boswachter Dick Schermer in Texel

strandleeuwerik (foto Marc Plomp)

Op de drassige vlaktes bij de monding van de Slufter – daar waar veel mensen richting het strand lopen – scharrelen nu vaak strandleeuweriken rond. Het zijn er soms tientallen en ze gedragen zich opvallend waakzaam. Als mensen te dichtbij komen vliegen ze een stukje verderop en laten een onopvallend maar kenmerkend ijl rinkelend geluid horen. Als het erg druk wordt vliegen ze met z’n allen naar de andere kant van de Sluftermonding om daar hun kostje bijeen te scharrelen: zaden, insecten en strandvlooien.

Bekijk deze vogel eens nauwkeurig en let dan vooral op het prachtig getekende geelzwarte kopje. Zo hebben ze op een gele ondergrond een zwart borstbandje, een forse zwarte snor en een zwarte frons soms uitlopend in twee horentjes. Strandleeuweriken broeden in het Scandinavische hoogland boven de boomgrens en zijn in de Slufter een vertrouwde maar altijd weer bijzondere vogel.

Fraters van de fjell

frater (foto Jos van der Berg)

In de hoge restanten van meldes en ganzenvoeten – planten die vaak in de vloedmerken van de Slufter groeien – zijn regelmatig fraters te vinden. Ze eten daar de overgebleven zaden uit de meldes. Ze zijn erg gezellig en zitten vaak heel broederlijk bij elkaar. Misschien dat hiervan de naam afgeleid is. Deze vogeltjes hebben het formaat van een kneutje.

Ze zijn vaak rusteloos en vliegen zonder enige aanleiding op en maken dan een kort hard geluidje. Aan de andere kant zien ze geen gevaar in mensen en laten zich gemakkelijk benaderen. Fratertjes worden ook wel bij de Schorren en de Volharding – het buitendijkse stuk ten noorden van De Cocksdorp – gezien. Ook daar zoeken ze zaden bij elkaar. De vogeltjes zijn okerbeige en bruin gestreept en hebben een opvallende gele snavel. Heel bijzonder is de roze stuit van het mannetje. Fraters broeden op boomloze hoogvlaktes – in Schotland en op de zogenoemde fjells van Noorwegen waar ze een nestje tussen de lage planten maken.

Opvliegende sneeuwvlokken

sneeuwgors (foto Marc Plomp)

Wat zijn sneeuwgorzen toch mooi : een lichtbeige kop en rug maar vooral bij de mannetjes heel veel wit. Als ze vliegen is de associatie met een sneeuwvlok snel gemaakt. Er is veel wit op de vleugels van de mannetjes te zien, minder bij de vrouwtjes en weinig bij de jongen. Het geluid is karakteristiek met veel roltonen .

Vooral in de late herfst komen ze hier veel voor. Het zijn vogels die soms samen met de strandleeuweriken kunnen optrekken bij de Sluftermonding. Grotere groepen worden ook wel waargenomen tussen de lage duintjes en de stranden van de Hors. Soms zijn er ook groepjes of individuen op de parkeerterreinen bij de strandopgangen of op de dijk. Ze scharrelen daar dan wat zaden bij elkaar.

‘Onze’ sneeuwgorzen broeden voornamelijk op IJsland maar ze kunnen ook van Groenland of Noorwegen afkomstig zijn. Daar broeden ze op kale, spaarzaam begroeide hellingen van de aanwezige toendra waar vaak nog wat sneeuw ligt. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes zijn in de zomer dus nog witter dan in de winter. Het zijn Arctische vogels die gewend zijn aan de kou en de meeste overwinteren dan ook noordelijk van ons land.

Foto frater: Jos van der Berg http://www.birdingtexel.com

Foto’s strandleeuwerik en sneeuwgors: Marc Plomp http://www.vogelinformatiecentrum.nl

 

reageren

geef een reactie

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog