www.boswachtersblog.nl/ Veluwe

Boswachter, wat doet u nu? Bosbeheer uitgelegd (3) – Kijken naar hout

25 november 2016 Boswachter Eric Bruins in Veluwe

Stapels stammen langs het pad, in ons mooie bos. Iedereen heeft ze wel eens gezien, maar waarom liggen die stapels daar? Hoe wordt bepaald welke bomen gezaagd mogen worden en welke blijven staan? Wordt er lukraak geoogst of zit er meer achter? En wie controleert of Staatsbosbeheer zorgvuldig werkt met respect voor flora en fauna?  Mij is gevraagd of ik een serie blogs wil schrijven waarin ik alles beschrijf wat te maken heeft met houtoogst.
In dit blog vertel ik hoe wij kijken naar hout en leg ik ‘blessen’ uit.

‘Een foto zegt meer dan 1000 woorden’ is een uitspraak die iedereen kent. Ik wil hier graag aan toevoegen dat meer foto’s veel meer dan 1000 woorden zeggen. Ik ben namelijk aangekomen bij het moeilijkste deel uit de serie ‘Bosbeheer uitgelegd’. Moeilijk voor mij althans, want hoe leg je uit welke bomen het meest geschikt zijn voor houtproductie, of juist waardevol voor de natuur of recreant? Ik ga dan ook gebruik maken van foto’s! Bereid u in ieder geval voor op een ietwat langer blog dan de eerdere delen, het is nu eenmaal niet in drie korte alinea’s uit te leggen.

Wat is blessen?

In de vorige delen van deze serie blogs heb ik jullie verteld over het ontstaan van de bossen op de Veluwe, wat voor bomen er in onze bossen staan en hoe bomen groeien. In dit deel ga ik het hebben over ‘blessen’, dat is vakjargon voor het markeren van bomen. Deze bomen moeten bijvoorbeeld geveld worden om ruimte te geven aan andere bomen, of ze krijgen juist extra aandacht de komende jaren om ze beter te laten groeien.

De boom markeren

Tegenwoordig markeren we de bomen met gekleurde verf. Een rode of oranje stip betekent ruimte maken voor andere bomen (de R(ood) of (o)R(anje) van Ruimte geven), een blauwe stip betekent dat de boom meer aandacht of ruimte krijgt de komende jaren (de B(lauw) van Blijven). Voordat dit gedaan werd met biologisch afbreekbare verf, werden de bomen die geveld moesten worden gemarkeerd met het zogeheten ‘blesmes’. Een metalen ring op een handvat. Deze ring trekt een stuk schors van de boom af. Het onderliggende hout vormt dan een contrast met de rest van de stam. Bij naaldhout liep er ook wat hars uit deze markering. Als deze hars uitdroogde leek de markering erg op de bles van een paard, vandaar de naam blessen.

Onlangs was mijn collega Martijn Harms te zien in het tv-programma BinnensteBuiten van KRO-NCRV, en hij toont daarin ook het ouderwetse blessen met een blesmes. Dit kun je hier bekijken.

Het blesmes
Het blesmes

Wie gaat en wie blijft?

Dat is nu wel duidelijk Eric, maar hoe bepaal je nu welke bomen er geveld mogen worden, en in welke delen van het bos?
De boswachterijen van Staatsbosbeheer op de Veluwe zijn allemaal verdeeld in vier ongeveer even grote werkblokken. Ieder jaar wordt er in één blok gewerkt. Eerst lopen we alle bosvakken door en kijken of er ingrepen nodig zijn. Bosvakken werden vroeger aangeplant met ongeveer 4000 bomen per hectare. De eerste pakweg 30 jaar laten we de bomen dicht op elkaar staan, zodat de bomen zo recht mogelijk naar boven toe groeien.

Over dikke en dunnen

Er bestaat een gezegde dat luidt; ‘Van dik hout zaagt men planken’. Ik wil dat bij deze graag omdopen in ‘Van recht hout zaagt men planken’, want uit een kromme boom haal je geen rechte plank.

Zodra de snelste hoogtegroei geweest is, wordt het tijd om de bomen meer ruimte te geven, zodat ze in de dikte kunnen groeien. Dit noemen we dunnen. We zoeken de beste bomen uit en halen een concurrent weg. Dit zijn niet persé zieke of dode bomen, het zijn vaak gezonde bomen met minder kwaliteit dan de beste bomen die we graag snel dik zien worden.

Op deze afbeelding is de keus gevallen op de linker boom. Deze is recht en nagenoeg takvrij. De rechterboom, met veel dikke, dode zijtakken gaat weg om de betere boom door te laten groeien. Zoals je ziet zitten de kronen tegen elkaar aan, wat bomen belemmerd in hun groei.
Op deze afbeelding is de keus gevallen op de linker boom. Deze is recht en nagenoeg takvrij. De rechterboom, met veel dikke, dode zijtakken gaat weg om de betere boom door te laten groeien. Zoals je ziet zitten de kronen tegen elkaar aan, wat bomen belemmerd in hun groei.

 

Op deze foto is het bosvak ongeveer 10 jaar ouder dan op de eerste foto. De bomen hebben al meer ruimte gekregen, maar toch zitten de kronen nog tegen elkaar aan. Het wordt wel steeds lastiger om de beste bomen uit te kiezen omdat we in de eerdere drie of vier dunningen de mindere bomen al weg hebben gehaald.
Op deze foto is het bosvak ongeveer 10 jaar ouder dan op de eerste foto. De bomen hebben al meer ruimte gekregen, maar toch zitten de kronen nog tegen elkaar aan. Het wordt wel steeds lastiger om de beste bomen uit te kiezen omdat we in de eerdere drie of vier dunningen de mindere bomen al weg hebben gehaald. Twaalf jaar geleden waren deze drie bomen bij elkaar, twee grove dennen en één Japanse lariks. Alle drie bomen die we graag wilden houden en alle drie kregen ze ruimte. Uiteindelijk kunnen er maar twee blijven en moet er eentje uit. Om het bos gevarieerd te houden, gaat er één grove den uit.

 

Deze gemarkeerde boom heeft langere tijd goed gegroeid, maar is sinds de laatste dunning scheef gewaaid. Doordat hij nu continu langs de toppen van andere bomen schuurt is het tijd om deze boom eruit te halen.
Deze gemarkeerde boom heeft langere tijd goed gegroeid, maar is sinds de laatste dunning scheef gewaaid. Doordat hij nu continu langs de toppen van andere bomen schuurt is het tijd om deze boom eruit te halen.

 

Deze Japanse lariks heeft geen waarde als productiehout, maar is geweldig voor de recreant. Als hij midden in een bosvak zou hebben gestaan was hij al lang geveld, maar omdat hij langs het pad staat mag hij dik groeien, zodat iedereen kan genieten van de bijzondere vorm.
Deze Japanse lariks heeft geen waarde als productiehout, maar is geweldig voor de recreant. Als hij midden in een bosvak zou hebben gestaan was hij al lang geveld, maar omdat hij langs het pad staat mag hij dik groeien, zodat iedereen kan genieten van de bijzondere vorm.

Dunningscyclus

Bovengenoemde keuzes worden dus jaarlijks gemaakt, steeds in een ander werkblok.
Het jaar erop is het volgende blok aan de beurt en zo is na vier jaar de hele boswachterij aan de beurt geweest en begint de cirkel opnieuw. In de drie jaren tussen de werkzaamheden in een bosvak groeien de bomen die ruimte hebben gekregen deze ruimte weer dicht en zijn de bomen groter en dikker geworden. Tijd om deze  opnieuw te beoordelen.

Natuurlijke verjonging

Na 60-120 jaar, afhankelijk van de boomsoort en groeiplaats, zijn er nog 80-120 bomen over van de eerder geplante 4000 bomen. Deze bomen zijn mooi dik gegroeid en het wordt tijd om een groot deel van deze bomen te vellen. Dit dikke hout levert de beste kwaliteit op voor zwaarder bouwhout, zoals dakconstructies en grote balken. Per bosvak laten we tien tot vijftien bomen staan en bewerken we de grond zodat het zaad van de overgebleven bomen makkelijk kan kiemen. Dit noemen we natuurlijke verjonging. Als de natuurlijke verjonging niet of nauwelijks opkomt planten we weer 4000 nieuwe bomen.

In het volgende deel neem ik jullie mee naar het meest spectaculaire deel van bosbeheer, de houtoogst.

Boswachter Eric Bruins

Dit blog maakt deel uit van een serie:
1: Het ontstaan van de huidige Veluwse bossen
2: Over de bomen in het bos
3: Kijken naar hout
4: Houtoogst
5: Bescherming van de bosbewoners
6: Het bos van de toekomst

reageren

geef een reactie

  • Boswachter Eric Bruins
    20 februari 2017

    Donkergroen zou inderdaad minder opvallen. Maar daarin schuilt ook meteen het lastige, de markering moet wel zichtbaar zijn om goed te kunnen werken.

  • Louis
    20 februari 2017

    Beste Eric, zou (donker)groen niet beter zijn, dan het, voor een boom, onnatuurlijke blauw?

  • Boswachter Eric Bruins
    28 november 2016

    Beste de Boomsleper,

    Zoals in dit blog te lezen is wordt in de volgende delen aandacht besteed aan houtoogst en de manier waarop dit gebeurt.
    Ook de voor- en nadelen van de werkwijze worden hierin beschreven.

    Met vriendelijke groet,
    Eric Bruins

  • De Boomsleper
    26 november 2016

    Mooi geschreven maar wordt niet verteld op wat voor manier de bomen worden verwijderd.
    Niet op de meest milieuvriendelijkste manier , zware harvesters en forwarders die de bodem enorm inklinken .
    Echt milieuvriendelijk is het met trekpaarden eruit slepen .
    Binnenkort een reportage op tv hoe het milieuvriendelijk gaat.
    De Boomsleper

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog