www.boswachtersblog.nl/ Veluwe

Boswachter, wat doet u nu? Bosbeheer uitgelegd (4) – Houtoogst

9 december 2016 Boswachter Eric Bruins in Veluwe

Stapels stammen langs het pad, in ons mooie bos. Iedereen heeft ze wel eens gezien, maar waarom liggen die stapels daar? Hoe wordt bepaald welke bomen gezaagd mogen worden en welke blijven staan? Wordt er lukraak geoogst of zit er meer achter? En wie controleert of Staatsbosbeheer zorgvuldig werkt met respect voor flora en fauna?  Mij is gevraagd of ik een serie blogs wil schrijven waarin ik alles beschrijf wat te maken heeft met houtoogst.
In het vorige deel van deze serie heb ik het gehad over het blessen van de bomen en het sturen van het bos om zo goed mogelijk hout te produceren. In dit deel beschrijf ik hoe deze bomen geoogst worden, waarom we voor deze manier kiezen en wat de voor én nadelen zijn van deze manier van werken. Ook verklap ik u hoe u kunt zien wat er met die stapels stammen langs het bospad gaat gebeuren.

Houtoogst vroeger en nu

Houtoogst anno 2016 gebeurt met machines die de bomen efficiënt vellen en in stukken zagen en meteen uit het bosvak rijden zodat de verstoring in het bos zo kort mogelijk is. Tot de jaren ’90 werden de bomen allemaal met de hand (motorzaag) geveld en daarna met paard of trekker als langhout het bos uitgesleept. Aan de bosweg werd de boom dan in de gewenste sortimenten (maten) gezaagd en opgestapeld aan de kant van de weg. Het nadeel van deze methode is dat het erg arbeidsintensief was. De bomen konden maar in beperkte mate worden ‘gestuurd’ om te bepalen waar ze moesten vallen. Trekker of man met paard moesten met de hele boom door dat stuk bos heen om de bomen het vak uit te slepen. Bijna iedere vierkante meter werd bereden, vertrapt of had een vorm van ‘sleepschade’. Dit is schade die ontstaat aan de bodem of bomen die blijven staan. Omdat het werken langzamer ging dan de huidige methode was de verstoring in zo’n stuk bos ook vele malen langer dan tegenwoordig. Nu kan binnen één of twee werkdag(en) een bosvak worden uitgedund en uitgereden, waardoor de verstoring voor de bosdieren minimaal is. Ter vergelijking: vroeger werkte men drie tot vijf dagen met drie man plus een paard of trekker in zo’n zelfde stuk.

Tegenwoordig werken we dus met geavanceerde machines, u heeft ze vast wel eens in het bos gezien. Ze ogen groot en lomp, zeker in vergelijking tot een man met een motorzaag of een man en paard.

De harvester

De bomen worden geveld en in sortimenten gezaagd door de harvester. Voordeel van deze machine is dat hij kan werken op vaste werkpaden en bomen in de richting kan drukken die de minste schade geeft voor de andere bomen of bijvoorbeeld weg van een mierenhoop. Met de zaagkop pakt de harvester een boom bij de voet vast en zaagt hem om. Twee loopwielen trekken vervolgens de boom door de zaagkop heen en drie scherpe messen slaan alle zijtakken van de boom af waardoor een schone stam overblijft. Er zitten verschillende sensoren in de zaagkop waardoor hij precies weet hoe dik de boom is, hoe snel de boom dunner wordt en welke lengte er door de zaagkop gaat voordat hij er een stuk af zaagt. Vooraf ingestelde lengtes en diktes bepalen per boomsoort welke maat gezaagd wordt.

Harvester
Harvester

De harvester werkt zoveel mogelijk met de gezaagde boom vlak voor zijn voorwielen. Doordat de afbrekende zijtakken en het laatste topje van de boom voor de wielen blijven liggen, kan de machine hier overheen rijden. Dit verende bed van takken vermindert de druk op de bodem. Tegelijkertijd liggen de sortimenten (de gesorteerde stapels gezaagde stammen) makkelijk links en recht van het werkpad, waardoor de uitrijder dezelfde paden kan volgen.

De uitrijder of forwarder

Nadat de harvester zijn werk geeft gedaan, is het de beurt aan de uitrijder of forwarder. Deze machine is uitgerust met een kraan en laadgedeelte. Het oprapen van de stammen lijkt wel een beetje op de grijpers van de kermis. De stammen worden in het bosvak opgeladen en vervoerd naar een bosweg, waar ze keurig, sortiment bij sortiment, worden opgestapeld.

Ook de uitrijder rijdt over de vaste werkpaden om de schade aan de bosbodem zoveel mogelijk te beperken. Als hij een bosvak uitrijdt, een bosweg op, ontstaat er wel schade aan de berm en bosweg. Dit is voor niemand leuk, zeker niet voor de wandelaar, maar het is bij goede weersomstandigheden makkelijk weer te herstellen.

Uitrijder of forwarder
Uitrijder of forwarder

Impact van de machines op de bosbodem

Ik kreeg, voordat ik begon met deze serie, de vraag of bekend is welke impact deze machines hebben op de bosbodem en wat de gevolgen zijn van de schade die soms optreedt. Daarom vat ik hieronder de resultaten van meerdere onderzoeken samen die van toepassing zijn op de Veluwe. De onderzoeksresultaten komen onder andere uit Duitsland en van Alterra (het kennisinstituut voor groene omgeving).

Droge zandgronden

Op de drogere zandgronden van de Veluwe is de verdichting van de bodem door het samendrukken van de grond, net zoals dat gebeurt door je voeten op het strand, ongeveer vijf tot tien centimeter zonder takken onder de wielen. Doordat de machines zoveel mogelijk over de afgebroken takken rijden, beperken we deze impact tot vijf centimeter. In nattere perioden is de draagkracht van de bodem minder dan in drogere tijden. De impact van de machines neemt dan toe in de bosvakken. Ongeveer tien centimeter, met helaas af en toe een grote uitschieter op een hele natte plek. Wel zie je meteen dat de boswegen door regenbuien en werkzaamheden snel achteruit gaan, omdat de machines hier heel vaak overheen rijden.

Vochtigere zandgronden

In de wat vochtigere zandgronden op de Veluwe is de impact door de machines ongeveer tien tot vijftien centimeter. De impact bestaat vooral uit het samendrukken van de grond onder de wielen, waardoor er minder lucht in die bodemlaag zit. Ook kan regen door deze lagen moeilijk wegzakken in de bodem. Een mooie vergelijking zijn bloemen die zijn geplant in flink aangestampte, of juist gespitte grond. De bloemen in de gespitte grond slaan makkelijker aan en groeien sneller. Daarom werken we met vaste werkpaden. Zo houden we iedere dunningsronde de impact op de bodem zo minimaal mogelijk en geconcentreerd op paden die iedere keer gebruikt worden. Zo kan het bos optimaal groeien.

Op bovenstaande foto is aan de gezaagde stammen goed te zien hoe de werkpaden lopen.
Op bovenstaande foto is aan de gezaagde stammen goed te zien hoe de werkpaden lopen.

‘Rupsbanden’

De laatste tijd wordt veel geëxperimenteerd met zogeheten tracks om de wielen van de machines. Deze tracks zijn een beetje te vergelijken met de rupsen van een tank of kraan. Dit is een metalen of kunststof mat die het gewicht van de machine beter verdeeld waardoor er nog minder schade is. De wielen van de machine lopen steeds over een uitgelegde mat en hoeven minder naar grip te zoeken.

Machine met tracks
Machine met tracks

Het hout is geoogst, en nu?

Je hebt opgestapelde, korte stammen. Of juist hele lange, dikke stammen die hoger zijn dan je huis. Wat gebeurt er met al dat hout?
Bijna iedereen heeft wel iets in of om huis wat van hout gemaakt is. De dakbalken, de vloer, de trap, de eettafel, het bed, de schutting in de tuin misschien. Maar iedereen gebruikt dat wat het minst op hout lijkt: wc-papier. En gewoon papier natuurlijk. Het meeste hout uit onze bossen wordt gebruikt als constructiehout. De rest van ons hout wordt gebruikt voor onder andere papier, meubels, verpakkingen en haardhout.

Sortimenten 

Aan de houtstapels die je in het bos ziet liggen kun je vaak al zien naar welke afnemer het gaat, mits je de letters en cijfers weet te ontcijferen die er op staan. Daarom nu een korte cursus:

Zaag, za, zg, zh = dit hout wordt verzaagd tot balken, planken, schuttingen en, bij loofhout, meubels
Vezel, vzl = hout dat heel fijn versnipperd wordt voor MDF-platen en spaanplaten
OSB = hout dat versnipperd wordt om er OSB-platen van te maken
Papier, pap = hout voor de papierindustrie
Kisthout, kist, kh = hout dat gebruikt wordt voor verpakkingen, zoals pallets, fruitkistjes, kratten etc.
Brand, br.h, bh = hout dat we terug zien bij het tankstation of het tuincentrum. Keurig gekloofd, gedroogd en in netjes, klaar voor de houtkachel of vuurkorf
Loco = zaag- of kisthout dat naar een ‘kleine’ lokale zagerij gaat

Daarnaast staat er vaak op hoe lang de stammen zijn; 5,- is 5 meter, 2.30 is 2,30 meter etc.
Iedere stapel krijgt zijn eigen nummer, zodat de vrachtwagen weet van welke stapel hij hout op kan halen.

Op deze foto zie je houtstapel 422, het zijn 3,60 meter lange stammen en ze worden gebruikt als zaaghout.
Op deze foto zie je houtstapel 422, het zijn 3,60 meter lange stammen en ze worden gebruikt als zaaghout

Langhout

De dikste bomen worden vaak langs het bospad gelegd als ‘langhout’. Dit zijn bomen met lengtes van maximaal 18 meter. In tegenstelling tot de sortimenten die een vaste maat hebben, heeft de zagerij met langhout de mogelijkheid om de stammen af te korten in de lengte waarin balken, (scheeps-)masten of heipalen besteld zijn. Langhout heeft geen stapelnummer, maar iedere stam krijgt zijn eigen unieke nummer.

In het volgende deel vertel ik u over de maatregelen die wij nemen om onze bosbewoners te beschermen.

Boswachter Eric Bruins

Dit blog maakt deel uit van een serie:
1: Het ontstaan van de huidige Veluwse bossen
2: Over de bomen in het bos
3: Kijken naar hout
4: Houtoogst
5: Bescherming van de bosbewoners
6: Het bos van de toekomst

reageren

geef een reactie

  • Bruin
    24 augustus 2017 om 15:24

    Beste heer Bruins
    Ik ben van mening dat iedere houtopstand zijn eigen aanpak heeft.De harvester is afkomstig uit Scandinavië waar uitsluitend naaldboombossen zijn en hierdoor uiterst efficient zijn in deze opstanden.Echter voor loofhout bestanden zij n deze machines niet voor gebouwd en zijn danook in deze bestanden inefficient en brengen veel schade aan bestande en veel schade aan het hout uit deze bestanden .man en motorzaag zijn hierin de meest goede oplossing .conclusie per opstand de meest goede methode voorschrijven vanuit de verkoper/beheerders positie.

    Daarnaast zie ik in mijn omgeving boswachterij Hoenderloo een reguliere hetze op Douglas aangezien deze boomsoort zogenaamd niet “inheems” zou zijn.Deze soort is echter jaren geleden ook met een doel aangepoot en verdient danook het respect daarvoor.

  • Martin Hermans
    20 februari 2017 om 12:09

    Beste Sjoerd en Eric,
    Hartelijk dank voor de verwijzing naar het artikel in de Groene Amsterdammer. Geweldig dat er nog mensen zijn die het voor elkaar krijgen om echt aan natuurbeheer te doen. Jammer dat het uiteindelijk altijd over geld gaat, maar Peter Wohlleben slaagt er blijkbaar in om zijn werkwijze ook financieel te onderbouwen. Ik ben geen deskundige op dit gebied maar als liefhebber van natuur en met name van bossen, erger ik mij ieder jaar groen en geel aan alle vernielingen die steeds maar weer in het bos worden aangericht door deze verschrikkelijke machines. Heel goed om te weten dat het ook anders kan. Bij deze dan ook een oproep aan al die ‘natuurbeheerders’ om nog eens goed na te denken over de wijze waarop ze met onze bossen om gaan.
    En Eric, misschien kan Staatsbosbeheer hier ook nog eens over nadenken, of is er in ons landje geen plaats meer voor zo’n vorm van bosbeheer?
    Met vriendelijke groet, Martin Hermans

    • Boswachter Eric Bruins
      20 februari 2017 om 14:25

      Beste Hans, en indirect ook Sjoerd,

      De visie van Peter Wohlleben is zeker interessant, maar niet nieuw.
      Deze vorm van bosbeheer past Staatsbosbeheer al jaren in een derde van haar bossen toe. Van de 90.000 hectare bos die Staatsbosbeheer in Nederland beheerd, valt ongeveer 30.000 hectare onder de noemer ‘natuurbos’. Hier wordt helemaal niet of op hele kleine schaal hout gekapt. Als er gekapt wordt is de reden vrijwel altijd veiligheid voor recreanten, of het behouden van aanwezige natuurwaarden die verloren dreigen te gaan als er niet wordt ingegrepen.
      Het is bij het lezen van het artikel uit de Groene Amsterdammer goed om te weten dat de bossen in Duitsland op een heel andere manier beheerd worden dan bossen in Nederland.
      In zekere zin zou je kunnen zeggen dat de Nederlandse vorm van bosbeheer precies tussen de klassieke Duitse bosbouw, en de visie van Peter Wohlleben in zit.

      In onze bossen wordt ook gewerkt met paarden, maar slechts op kleine schaal.

  • Sjoerd Bonnema- De Kleine Salamander
    20 februari 2017 om 08:49

    Man/vrouw en Paard
    Beste Eric,
    Bedankt voor de uitleg. Ik mis even de vergelijking tussen man en paard en al die machines wat betreft verstoring door lawaai van het totaal dus naast dat van de kettingzaag ook van de gebruikte machines. Plus dat tussen de gangen vaak veel tijd zit waardoor extra verstoring en onrust optreed. Het valt nog te bezien gelet op de langdurige schade aan bodem, door lawaai en energiegebruik en investering in machines of dit allemaal wel goedkoper is. Duurzaamheid, biodiversiteit en bodemgebruik wordt nog te veel door de korte termijn portemonnee en economische motieven bepaald .
    Hier nog een helder verhaal uit de Groene Amsterdammer hoe het ook met man/vrouw en paard zou kunnen.
    https://www.groene.nl/artikel/bomen-helpen-elkaar

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog