www.boswachtersblog.nl/ BuitenPlaatsen

Het handschrift van God?

3 augustus 2016 Kunsthistoricus Marcel van Ool in BuitenPlaatsen

the signature of all thingsIedereen kent haar van Eat, Pray, Love; schrijfster Elizabeth Gilbert. Na het gigantische succes van dat autobiografische werk verwachtte niemand een roman als The signature of all things (2013). Dit boek is met grote vaart geschreven en is avonturen-, liefdes- en ideeënroman ineen. Een grote rol is weggelegd voor de biologie.
We volgen Alma Whittaker (born with the century) door een groot deel van de negentiende eeuw. De wetenschap maakte toen duizelingwekkende sprongen die ons huidige wereldbeeld hebben bepaald. Gilbert doseert de ontdekkingen en theorieën op het gebied van de geologie, astronomie en vooral biologie precies goed.
Alma’s vader is een Engelse selfmade man, vermogend geworden door de handel in exotische gewassen en de geneesmiddelen die je daaruit kunt maken (zoals koortswerende kinine uit de bast van de kinaplant). Haar moeder is Hollands, de dochter van de directeur van de Amsterdamse Hortus Botanicus. Alma groeit op even buiten Philadelphia waar de Whittakers een landgoed stichten. Daar zijn enorme kassen vol tropische palmen, varens en orchideeën. Alma heeft toegang tot de beste bibliotheek en de knapste koppen van hun tijd worden aan tafel genood waar Alma van kinds af aan een volwaardige gesprekspartner is. Haar grote passie zijn de mossen die ze decennialang bestudeerd en waarover ze twee wetenschappelijke publicaties uitbrengt. De liefde van haar leven, botanisch tekenaar Ambrose Pike, is haar tegenpool in alles. Dat zet Gilbert heel fraai in de verf: het contrast tussen de rationele Alma en de esoterische Ambrose. Voor hem draagt de schepping het stempel van God. ‘Zo boven, zo beneden’. En in alles kun je tekenen ontwaren van Gods goede bedoeling met de mens. Ambrose spreekt als Jacob Böhme (1575-1624), de Duitse mysticus die de signaturenleer aanhing: de walnoot vertelt je door zijn vorm dat hij goed is voor de hersenen. Deze leer der tekens was eeuwenlang van invloed in de geneeskunst waar het adagium Similia similibus curantur gold, gelijk wordt door gelijk genezen.
Het huwelijk van Alma en Ambrose wordt niet geconsumeerd. Alma stuurt Ambrose naar de vanilleplantage die de Whittakers op Tahiti bestieren. Na het overlijden van Ambrose en van haar vader besluit Alma zelf naar Tahiti te gaan. Daar ontdekt ze dat de oorspronkelijke bewoners van het eiland iets soortgelijks geloven als de Europese mystici: de goden hebben de broodboom zo gevormd dat de mensen kunnen zien dat hij nuttig is. Lijken de bladeren niet op handen? Een teken dat je naar de boom kunt reiken om je te voeden met zijn vruchten.
Vele bladzijden verder treffen we Alma op een schip, ze vaart van Tahiti naar Amsterdam, naar de familie aan moederszijde die nog steeds de baas is van de Hortus. Ze is nooit opgehouden met het bestuderen van de natuur en met name van haar geliefde mossen. Alma besluit op te schrijven wat ze als een logische conclusie van haar veldwerk beschouwt: mossen hebben verschillende geologische tijdperken kunnen overleven door zich aan te passen aan veranderende omstandigheden. Dat proces van verandering gaat altijd door. Er is een voortdurende strijd om het bestaan waar te nemen die gewonnen wordt door de best toegeruste mossen. En wat waar is voor mossen, zal ook waar zijn voor alle leven. Kortom: Alma is zelfstandig op dezelfde ideeën gekomen als Darwin. Dat is minder vergezocht dan het lijkt. Immers op de geboortedag van de evolutieleer, 1 juli 1858, werd bij de Londense Linnean Society een stuk voorgelezen, On the Tendency of Species to form Varieties; and on the Perpetuation of Varieties and Species by Natural Means of Selection, met twee afzenders: Charles Darwin en Alfred Russel Wallace. Die laatste had op Celebes geconcludeerd dat soorten zich aan hun omgeving aanpassen om te overleven. Darwin had gezien hoe zich onder concurrentiedruk binnen een soort aanpassingen voordoen. Historici gaan ervan uit dat Darwin in de gaten had dat Russel Wallace wel heel dicht in de buurt van zijn theorie kwam en dat hij onder die druk besloot On the Origin of Species te publiceren. Dat boek kwam op 24 november 1859 uit.
Alma ondertussen, je zou haast vergeten dat ze fictief is, had besloten haar werk niet wereldkundig te maken. Ze had namelijk één bezwaar tegen haar theorie. Die kon niet verklaren waarom er altruïsme bestaat. Zelfopoffering heeft geen biologische functie en dus is haar theorie niet universeel, concludeert Alma. Gilbert vlecht hier op briljante wijze een modern debat (dat nog steeds gevoerd wordt, bijvoorbeeld tussen Richard Dawkins in het ene kamp en E.O. Wilson en Frans de Waal in het andere), in een negentiende-eeuwse historie. Eigenlijk maakt Gilbert het heel bont, maar ik ga met haar mee. Ze laat Alma Alfred Russel Wallace in Amsterdam uitnodigen. Russel Wallace was naast wetenschappelijk onderzoeker ook spiritist. Weer komt de redelijke Alma in aanraking met occulte leringen. Maar ze toont zich een vrouw van de wetenschap. In een laatste schitterend beeld zien we Alma, ver in de tachtig, bijna blind en slecht ter been in de Hortus. Geen van haar dromen is ooit uitgekomen, maar she still wanted to see what would happen next, as much as ever.

reageren

geef een reactie

  • Carine
    3 augustus 2016 om 14:39

    heb je deze speciaal voor mij gepost, groet Carine

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog