www.boswachtersblog.nl/ Fryslân

Op zoek naar poep van de ‘Rottekop’

19 oktober 2017 Henk-jan in Fryslân

Noordse woelmuis

We doen veel onderzoek naar planten en dieren in onze terreinen. Zo weten we welke soorten er voorkomen en welk beheer hierbij past. Sinds enige tijd doet Nico Beemster van bureau Altenburg en Wymega in samenwerking met Staatsbosbeheer onderzoek naar de verspreiding van een bijzondere muizensoort: de Rottekop. In dit artikel vertelt Nico wat dit onderzoek inhoudt.

Unieke soort
Rottekop is de Friese naam voor de Noordse woelmuis. Het is de enige zoogdiersoort, of eigenlijk ondersoort, die alleen in Nederland voorkomt. Het diertje bleef hier ooit achter na een van de ijstijden. Nog niet zo lang geleden kwam de Noordse woelmuis algemeen voor in de laag gelegen delen van ons land, met van oudsher sterk wisselende waterpeilen. Sinds de mens bijna overal heeft gezorgd voor stabiele waterpeilen, heeft de Noordse woelmuis het erg moeilijk gekregen. Zonder wisselende waterpeilen wordt de soort weggeconcurreerd door andere soorten woelmuizen (Aardmuis, Rosse woelmuis en Veldmuis).

Op de knieën voor de Noordse woelmuis

De deelpopulatie in Fryslân is de meest bedreigde van Nederland, reden genoeg om de verspreiding van de soort in Fryslân regelmatig in beeld te brengen. De afgelopen jaren werd dat vooral gedaan met lifetraps, dit zijn vallen waarin muizen levend gevangen worden. Het vangen van muizen met lifetraps is echter een tijdrovende bezigheid, omdat de vallen gedurende drie dagen twee maal per dag gecontroleerd moeten worden. Om verspreiding sneller in beeld te brengen wordt nu overgeschakeld op een DNA-analyse van muizenkeutels.

Keutels en DNA
Dit najaar wordt in opdracht van de Provincie Fryslân door Altenburg & Wymenga en de Zoogdiervereniging de verspreiding van de Noordse woelmuis in de van oudsher bekende leefgebieden in de provincie in beeld gebracht. Alle bekende leefgebieden van de afgelopen jaren worden afgezocht op keutels, die geanalyseerd worden op de aanwezigheid van DNA. Op deze manier kan niet alleen de aanwezigheid van Noordse woelmuizen, maar ook die van concurrerende soorten woelmuizen, snel vastgesteld worden. Komende winter zal duidelijk worden hoe de Noordse woelmuis er provinciebreed voorstaat.

De keutels bewaart men in kleine, afsluitbare buisjes.

Keutels blijken soms lastig te vinden te zijn. Onduidelijk is nog of dit vooral komt door de hoge, dichte vegetatie of dat er dit najaar misschien niet zoveel woelmuizen zijn. Om daar achter te komen, is het toch weer nodig om met lifetraps te vangen. Begin oktober worden vaste locaties in het Sneekermeergebied in opdracht van en in samenwerking met Staatsbosbeheer voor het elfde jaar op rij bemonsterd op muizen. Hieruit zal duidelijk worden hoe talrijk de woelmuizen en in het bijzonder Noordse woelmuizen dit jaar zijn.

Boswachter Henk-Jan van der Veen, in samenwerking met Nico Beemster

reageren

geef een reactie

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog