www.boswachtersblog.nl/ Veluwe

De wespspin. De laatste uitdaging!

26 november 2019 Kirsten van Gortel-Roest in Veluwe
Wespspin naast eicocon Foto: Kirsten van Gortel-Roest

Wespspin naast eicocon Foto: Kirsten van Gortel-Roest

Mannetjes van de wespspin staan met een aantal tezamen aan de rand van een web te wachten tot het vrouwtje geslachtsrijp is. Ze hebben niet altijd meer hun acht volledige poten, wat wel iets zegt over de agressie van de vrouwtjes….
Hoe dit precies zit, en wat voor spectaculaire eigenschappen deze spin nog meer heeft, laten boswachter Laurens en Kirsten je zien in hun allerlaatste blog –en vlog- in de serie over de kleinste wonderlijke wezentjes op de Veluwe.

Op zoek naar vijf wonderlijke wezentjes op de Veluwe

Trek een geel-zwart gestreept jasje aan als insect, en je weet zeker dat je niet lastiggevallen wordt door predators. Het is een succesvolle afleidingsmanoeuvre om het uiterlijk van een wesp te imiteren. Dieren denken namelijk dat ze gestoken zullen worden als ze je opeten.

Het vrouwtje van de wespspin gebruikt deze slimme truc ook, en deze ‘mannenverslindster’ heeft nog zoveel meer spectaculaire eigenschappen, dat we deze opvallende spin gekozen hebben als allerlaatste dier voor onze serie ‘Op zoek naar vijf wonderlijke wezentjes op de Veluwe’.

Wij, boswachter Laurens en Kirsten, gaan in vijf blogs en korte vlogs op zoek naar de meest uitzonderlijke kleine diertjes op de Veluwe. De Veluwe staat bekend om het grote wild dat je kunt tegenkomen als je geluk hebt. Maar wij willen dit keer juist op zoek naar heel kleine beestjes op de Veluwe, met de meest wonderlijke kenmerken. Wanneer Laurens zo’n klein wonderlijk wezen uiteindelijk ergens ontdekt, neemt hij een vlog op.

Enorme afmetingen

Zo klein is de wespspin echter niet, want voor Nederlandse begrippen is deze spin juist enorm. Met haar 15 millimeter is het vrouwtje zelfs één van de grootste spinnen van Europa. Ze bereikt een spanwijdte van 3,5 centimeter met haar dikke harige gestreepte poten meegerekend. Indrukwekkend! Mannetjes zijn een stuk kleiner en onopvallender, letterlijk dwergmannetjes, met hun 5 millimeter en zonder exotisch gestreept uiterlijk. Ze zijn dofbruin.

Wespspin naast eicocon Foto: Kirsten van Gortel-Roest

Spectaculaire paring

Niet alleen qua grootte is het vrouwtje het mannetje de baas, ook rondom de paring gebeuren ronduit spectaculaire dingen. Lees en huiver.
Het mannetje van deze soort kan hooguit twee keer paren, omdat hij bij het paren een van zijn twee genitaliën in het vrouwtje laat zitten. Dat verkleint de kans dat andere mannetjes zich succesvol voortplanten met het vrouwtje. Mannetjes weten een onsuccesvolle bevruchting te vermijden door een maagdelijk vrouwtje te kiezen. Hij kan zo’n maagdelijk vrouwtje herkennen aan haar geur, doordat ze een specifiek feromoon uitscheidt.

De mannetjes zitten tezamen aan de rand van het web van een nog-net-niet-volwassen vrouwtje te wachten tot zij haar laatste vervelling doormaakt. Meestal 2 à 3 mannetjes per web. Ze hebben niet altijd meer hun acht volledige poten, wat wel iets zegt over de agressie van de vrouwtjes! Daarover later meer.

Direct na die vervelling, terwijl haar huid en ook de epigyne (paringsorgaan) nog week en soepel is, gaat een mannetje over tot de paring. De andere mannetjes proberen het later nog, letterlijk met gevaar voor eigen leven dus.

Na de paring wordt het mannetje bijna altijd ingesponnen om later opgegeten te worden door het vrouwtje. Hierover wordt gezegd dat hij zo de ontwikkeling van zijn nageslacht ten goede komt, doordat hij het vrouwtje tot voeding dient. Als het mannetje geluk heeft zijn haar kaken nog heel zacht, zo net na de vervelling, en heeft hij daardoor kans om te paren zonder opgegeten te worden.

Agressie onderdrukken

Voor een spin is een bewegend voorwerp in het web natuurlijk allereerst een prooi. Een mannetje moet door middel van signalen duidelijk maken dat hij geen prooi is en zo de agressie onderdrukken. Bij wespspin mannetjes is dit echter niet erg ontwikkeld, zijn toenadering bestaat uit wat tokkelen aan de snaren en trillen met het achterlijf. Niet altijd succesvol dus. Vandaar die missende poten bij sommige mannetjes…. Bij het net vervelde vrouwtje is het agressieniveau laag, maar als zij eenmaal heeft gepaard is deze weer hoog. Er wordt daarom bijna nooit met succes een tweede keer gepaard.

Enorme cocon

Ongeveer een maand na de paring, rond augustus, zet het vrouwtje de eitjes af in een relatief enorme eicocon, zo groot als een golfbal. In het filmpje van Laurens kun je de verhouding goed zien. De cocon heeft een viltachtige structuur en is crèmekleurig met bruine strepen. Een cocon bevat honderden eitjes en wordt door het vrouwtje bewaakt tot ze sterft. Ongeveer een maand nadat de cocon is gesponnen komen de jonge spinnetjes uit het ei, maar ze verlaten de cocon pas in maart van het volgende jaar. Ze overwinteren er dus in feite in. Gedurende de winter zou je zo’n eicocon laag tussen grashalmen of struiken kunnen aantreffen.
Laurens ging aan de bosrand op zoek naar zo’n cocon, en vertelt je er meer over in deze vlog!

Web met zigzag

Opvallend in het web van de wespspin zijn de brede zigzag banden, die er heel dichtgeweven uit zien. Op de foto kun je ze goed zien. De geleerden zijn het er niet over eens wat daar de bedoeling van is. Sommigen denken dat de zigzag banden insecten aantrekken, doordat ze ultraviolet licht reflecteren, en anderen denken dat de banden bedoeld zijn om de aandacht af te leiden van de spin in het midden van het web. Er zijn trouwens meerdere spinnen die zulke zigzag banden in hun web maken. Zij horen net als de wespspin allemaal bij het geslacht Argiope. Dit geslacht wordt ook wel ‘tijgerspinnen’ genoemd, omdat hier vooral spinnen in voorkomen die een geel met zwart gestreept achterlijf hebben. De zigzag band wordt ‘stabilimentum’ genoemd en kleeft niet zoals de rest van het web.
Het favoriete voedsel van de wespspin is een sprinkhaan, en daarom maakt zij haar web graag laag bij de grond tussen hoge grashalmen. In principe eet ze alles wat in haar web komt, dus ook vliegen, kevers of libellen. De spin zelf hangt stil in het midden van het web, met de kop omlaag, zodat ze zich snel aan een draad naar beneden kan laten vallen bij gevaar.

Brede zigzag banden ofwel het stabilimentum in het web

Een mediterrane spin in Nederland

De wespspin is een relatieve nieuwkomer in ons land. Vijftig jaar geleden was het nog echt een mediterrane spin. Langzamerhand rukte hij op naar het noorden en de eerste officiële Nederlandse waarneming was in zuid-Limburg in 1980. In de jaren 90 ging het opeens hard en was er een explosie van zichtmeldingen in Limburg en Noord-Brabant. Daarna, in de 21e eeuw, rukte de soort snel op naar het noorden en westen. Nog altijd worden in de westelijke en noordelijke provincies minder wespspinnen gevonden dan in Noord-Brabant en Limburg, maar waar hij wordt gezien zijn de aantallen meestal groot. Mediterraan is hij dus niet meer persé, de wespspin komt nu zelfs in bijna heel Europa voor.

Slot

Tot slot vinden we het nog belangrijk om te noemen dat de naam ‘wespspin’ alles te maken heeft met het gestreepte uiterlijk, en dat deze spin niet kan steken en een eventuele beet ongevaarlijk is voor mensen.
Hiermee sluiten we onze serie ‘Op zoek naar de vijf wonderlijke wezentjes op de Veluwe’ af. We hopen dat je met (nog) meer verwondering om je heen kijkt en verrast bent over hoe bijzonder óók de allerkleinste dieren op de Veluwe kunnen zijn. Laten we er zuinig op zijn!

Boswachter Laurens Jansen en Kirsten van Gortel-Roest

reageren

geef een reactie

i

Mis geen enkel bericht van dit boswachtersblog